BWBR0017351
Geldig vanaf 03-04-2004
Artikel 6
Verordening heffingen consumptie-eieren (PPE) 2004
1. De ondernemer die de in de hoedanigheid van verzamelaar en/of houder van een pakstation en/of grossier een onderneming drijft en/of een legpluimveebedrijf exploiteert is gehouden, uiterlijk binnen 10 dagen na het verstrijken van een kalendermaand, door middel van invulling en ondertekening van een hem door het productschap verstrekt opgaveformulier, naar waarheid opgave te doen van die bedrijfsgegevens over de verstreken kalendermaand waarvan de opgave in dat formulier wordt verlangd. Indien in het voorgaande jaar het totale aantal ontvangen eieren, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 3, dan wel het totaal aantal afgeleverde eieren, als bedoeld in artikel 5, minder dan 4 miljoen stuks bedroeg kan de ondernemer volstaan met het doen van de even bedoelde opgave binnen 10 dagen na afloop van het betreffende kalenderjaar.
2. De in het opgaveformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de in de desbetreffende kalendermaand ontvangen, afgeleverde en/of in voorraad gehouden eieren.
3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan in voorkomend geval worden aangemerkt als voorlopige aanslag. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan de heffing definitief opgelegd, zo nodig onder verrekening van het verschuldigde bedrag en het bij voorlopige aanslag opgelegde bedrag.
4. Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te allen tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.
5. Het bestuur van het productschap is bevoegd bij uitvoeringsbesluit minimumeisen te stellen waaraan de door verzamelaar, houder van een pakstation, grossier en/of legpluimveebedrijf, met betrekking tot de ontvangst, de aflevering en de voorraad eieren te voeren administratie dient de voldoen.
6. In het geval aan een ondernemer de verplichting uit het eerste lid is opgelegd en de ondernemer niet of niet naar behoren heeft voldaan aan deze op hem rustende verplichting, waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2, 3, 4 en 5 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.
2. De in het opgaveformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de in de desbetreffende kalendermaand ontvangen, afgeleverde en/of in voorraad gehouden eieren.
3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan in voorkomend geval worden aangemerkt als voorlopige aanslag. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan de heffing definitief opgelegd, zo nodig onder verrekening van het verschuldigde bedrag en het bij voorlopige aanslag opgelegde bedrag.
4. Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te allen tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.
5. Het bestuur van het productschap is bevoegd bij uitvoeringsbesluit minimumeisen te stellen waaraan de door verzamelaar, houder van een pakstation, grossier en/of legpluimveebedrijf, met betrekking tot de ontvangst, de aflevering en de voorraad eieren te voeren administratie dient de voldoen.
6. In het geval aan een ondernemer de verplichting uit het eerste lid is opgelegd en de ondernemer niet of niet naar behoren heeft voldaan aan deze op hem rustende verplichting, waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2, 3, 4 en 5 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017351
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl