BWBR0017388
Geldig vanaf 01-01-2005
Artikel 3
Verordening financiering vispromotie 2005
1. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder a, bedraagt 0,7 promille van de waarde van de aangevoerde zeevis.
2. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder a, bedraagt 0,6 promille van de waarde van de aangevoerde zeevis, voor zover het betreft met een trawler aangevoerde zeevis.
3. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder b, bedraagt 0,8 promille van het aankoopbedrag van de gekochte zeevis.
4. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder b, bedraagt 0,7 promille van het aankoopbedrag van de gekochte zeevis, voor zover het betreft met een trawler aangevoerde zeevis.
5. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder c, bedraagt 0,6 promille van het inkoopbedrag van de ingekochte vis en/of visproducten.
6. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder d, bedraagt € 80,- per verkooppunt per kalenderjaar. Onder verkooppunt wordt onder meer verstaan een viswinkel, een viskraam of een visverkoopwagen.
7. De waarde van de aangevoerde zeevis, als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4.
8. Als aankoopbedrag van de al dan niet door tussenkomst van een afslag gekochte zeevis, als bedoeld in het derde en vierde lid, geldt de door de koper, voor de door hem betrokken zeevis, betaalde koopsom.
9. Bij de bepaling van het inkoopbedrag, als bedoeld in het vijfde lid, wordt het deel van het inkoopbedrag waarover reeds een heffing als bedoeld in het derde of vierde lid is betaald door dezelfde heffingsplichtige ondernemer, in mindering gebracht.
10. Vis en visproducten zijn eenmalig onderhevig aan een heffing als bedoeld in het eerste lid. Op het inkoopbedrag, als bedoeld in het vijfde lid, dient derhalve het inkoopbedrag waarover reeds een heffing als bedoeld in artikel 2, onder c, is opgelegd, in mindering te worden gebracht.
11. Op het bepaalde in het negende en tiende lid van dit artikel is artikel 5, eerste lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de ondernemer die meent dat het negende en/of tiende lid van dit artikel van toepassing is, dit schriftelijk dient te bewijzen.
2. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder a, bedraagt 0,6 promille van de waarde van de aangevoerde zeevis, voor zover het betreft met een trawler aangevoerde zeevis.
3. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder b, bedraagt 0,8 promille van het aankoopbedrag van de gekochte zeevis.
4. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder b, bedraagt 0,7 promille van het aankoopbedrag van de gekochte zeevis, voor zover het betreft met een trawler aangevoerde zeevis.
5. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder c, bedraagt 0,6 promille van het inkoopbedrag van de ingekochte vis en/of visproducten.
6. De heffing wegens de handeling, bedoeld in artikel 2, onder d, bedraagt € 80,- per verkooppunt per kalenderjaar. Onder verkooppunt wordt onder meer verstaan een viswinkel, een viskraam of een visverkoopwagen.
7. De waarde van de aangevoerde zeevis, als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4.
8. Als aankoopbedrag van de al dan niet door tussenkomst van een afslag gekochte zeevis, als bedoeld in het derde en vierde lid, geldt de door de koper, voor de door hem betrokken zeevis, betaalde koopsom.
9. Bij de bepaling van het inkoopbedrag, als bedoeld in het vijfde lid, wordt het deel van het inkoopbedrag waarover reeds een heffing als bedoeld in het derde of vierde lid is betaald door dezelfde heffingsplichtige ondernemer, in mindering gebracht.
10. Vis en visproducten zijn eenmalig onderhevig aan een heffing als bedoeld in het eerste lid. Op het inkoopbedrag, als bedoeld in het vijfde lid, dient derhalve het inkoopbedrag waarover reeds een heffing als bedoeld in artikel 2, onder c, is opgelegd, in mindering te worden gebracht.
11. Op het bepaalde in het negende en tiende lid van dit artikel is artikel 5, eerste lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de ondernemer die meent dat het negende en/of tiende lid van dit artikel van toepassing is, dit schriftelijk dient te bewijzen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017388
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl