1. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met de vaststelling en oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), als bedoeld in artikel 2, indien deze verschuldigde heffing(en) niet reeds op grond van artikel 13 door de afslagadministratie ten behoeve van het productschap is/zijn geïnd.
2. a. De oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), geschiedt door de voorzitter, namens het bestuur, door middel van toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige ondernemer van een gedagtekende heffingsaanslag op basis van; 1º de gegevens als bedoeld in artikel 11 en/of artikel 12 en/of;
2º de bij het productschap bekende gegevens voor de heffing(en) als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b onder 2º, artikel 3, eerste lid onder c en artikel 6.
1º de gegevens als bedoeld in artikel 11 en/of artikel 12 en/of;
2º de bij het productschap bekende gegevens voor de heffing(en) als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b onder 2º, artikel 3, eerste lid onder c en artikel 6.
b. De heffingsaanslag moet bevatten: 1º de naam en de woonplaats of vestigingsplaats van de heffingsplichtige ondernemer, conform de gegevens die bekend zijn bij het productschap;
2º een specificatie van het bedrag van de heffing(en) onder vermelding van de heffingsgrondslagen;
3º in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke vrijstellingen;
4º in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke verrekening met reeds betaalde voorschotbedragen;
5º het totaalbedrag van de heffingsaanslag;
6º het betalingstijdstip en informatie over de wijze van betaling;
7º de vermelding van de mogelijkheid van bezwaar met inachtneming van artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht.
1º de naam en de woonplaats of vestigingsplaats van de heffingsplichtige ondernemer, conform de gegevens die bekend zijn bij het productschap;
2º een specificatie van het bedrag van de heffing(en) onder vermelding van de heffingsgrondslagen;
3º in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke vrijstellingen;
4º in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke verrekening met reeds betaalde voorschotbedragen;
5º het totaalbedrag van de heffingsaanslag;
6º het betalingstijdstip en informatie over de wijze van betaling;
7º de vermelding van de mogelijkheid van bezwaar met inachtneming van artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. a. De voorzitter kan, namens het bestuur, de termijn van inzending van de gegevens als bedoeld in artikel 11 en/of 12, op verzoek van een ondernemer verlengen met een termijn die de voorzitter redelijk acht.
b. De voorzitter kan, namens het bestuur, besluiten om de administratieheffing, als bedoeld in artikel 3b, niet of slechts gedeeltelijk op te leggen indien de voorzitter van mening is dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
4. a. De voorzitter legt, namens het bestuur, een voorschotbedrag op, als bedoeld in artikel 17, bij de heffingsplichtige ondernemer opleggen en zal dit bedrag in rekening brengen.
b. De voorzitter kan, namens het bestuur, het in rekening gebrachte voorschotbedrag herzien en/of opnieuw opleggen indien blijkt dat de gegevens van de heffingsplichtige ondernemer, die hier aan ten gongslag lagen, niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid.
6. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 14 tot en met 18 met inachtneming van het bepaalde in
artikel 127 van de Wet op de bedrijfsorganisatie.
7. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de
Algemene wet bestuursrecht.
8. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op verzoeken om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de
Algemene wet bestuursrecht.
9. De voorzitter kan in afwijking van het vierde lid, namens het bestuur, de heffingsplichtige ondernemer op diens verzoek bij de indiening van zijn bezwaarschrift:
a. in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de beslissing op het bezwaarschrift door de voorzitter is genomen;
b. een vergoeding toekennen als bedoeld in artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht;
c. ingeval beroep is ingesteld tegen een beslissing op het bezwaarschrift, in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de bevoegde rechter uitspraak heeft gedaan.
10. De voorzitter kan in afwijking van het eerste lid, namens het bestuur, de heffingsplichtige ondernemer vrijstellen van artikel 2 indien het totaal van de door deze ondernemer verschuldigde heffing(en) minder is dan € 10,-.
11. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het kenbaar maken en stellen van nadere eisen aan het gebruik van de elektronische weg bij het verkeer van berichten tussen ondernemers en het productschap met betrekking tot het bepaalde in de onderhavige verordening met inachtneming van het bepaalde in de
Algemene wet bestuursrecht.
12. De voorzitter kan, namens het bestuur, beslissen op een verzoek van een ondernemer om via de Mosselveiling te Yerseke betaalde heffingen, als bedoeld in artikel 4 onder d en/of in artikel 5, vijfde lid, binnen één week te restitueren als deze ondernemer in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. de ondernemer dient een verzoek in bij het productschapskantoor te Yerseke onder vermelding van de partij mosselen, het productiegebied of verwatergebied waarvan deze partij afkomstig is en het productiegebied waarvoor deze partij bestemd is;
b. de ondernemer brengt de partij mosselen naar de ponton van de Mosselveiling en laat de medewerkers van het productschapskantoor te Yerseke deze partij opmeten en de tarra vaststellen als deze gegevens van de partij nog niet bekend zijn;
c. de ondernemer voor de betreffende partij mosselen de gegevens van de black box ter beschikking stelt indien de medewerkers van het productschapskantoor te Yerseke hierom verzoeken;
d. de ondernemer andere gevraagde gegevens ter beschikking stelt of meewerkt aan nader onderzoek indien de voorzitter hierom verzoekt.
13. De voorzitter kan, namens het bestuur, beslissen op een verzoek van een kleinhandelaar om de door hem totaal verschuldigde heffing(en) op grond van artikel 6 en de betreffende bestemmingsheffingsverordeningen te verlagen naar € 75,- indien hij kan aantonen dat:
a. het verkooppunt minder dan 1 kwartaal of 1 dag per week open is geweest;
b. of de totaal verschuldigde heffing(en) op grond van de onderhavige verordening en de bestemmingsheffingsverordeningen tezamen meer is dan 1 % van de omzet.