BWBR0017391
Geldig vanaf 01-01-2005
Artikel 7
Heffingsverordening 2005
1. De aanvoerder van zeevis is naast de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel a, onder 2°, tevens de heffing bedoeld in artikel 4, onderdeel a, verschuldigd indien hij de door hem aangevoerde zeevis zonder tussenkomst van een afslag heeft verhandeld en/of in zijn onderneming be- of verwerkt of verpakt.
2. De aanvoerder van vis verkregen door uitoefening van de binnenvisserij is naast de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel b, onder l°, tevens de heffing bedoeld in artikel 4, onderdeel b, verschuldigd indien hij deze door hem aangevoerde vis zonder tussenkomst van een afslag heeft verhandeld en/of in zijn onderneming be- of verwerkt of verpakt.
3. De aanvoerder van kokkels en/of spisula en/of zwaardscheden en mesheften en/of nonnetjes is naast de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel c, onder 1°, tevens de heffing bedoeld in artikel 4, onderdeel c, verschuldigd indien hij de door hem aangevoerde kokkels en spisula en zwaardscheden en mesheften, en nonnetjes in zijn onderneming be- of verwerkt of verpakt.
4. De aanvoerder van mosselen is naast de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel d, tevens de heffing bedoeld in artikel 4, onderdeel d, verschuldigd indien hij de door hem aangevoerde mosselen op zijn verwaterplaats stort of in zijn onderneming be- of verwerkt of verpakt.
5. De kweker van kweekvis is naast de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel e, tevens de heffing bedoeld in artikel 4, onderdeel e, verschuldigd indien hij zijn kweekvis in zijn onderneming be- of verwerkt of verpakt.
6. In de gevallen bedoeld in de voorgaande leden is de ondernemer die de betreffende vis koopt van de aanvoerder, wegens het kopen van deze vis, geen heffing als bedoeld in artikel 4 verschuldigd.
2. De aanvoerder van vis verkregen door uitoefening van de binnenvisserij is naast de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel b, onder l°, tevens de heffing bedoeld in artikel 4, onderdeel b, verschuldigd indien hij deze door hem aangevoerde vis zonder tussenkomst van een afslag heeft verhandeld en/of in zijn onderneming be- of verwerkt of verpakt.
3. De aanvoerder van kokkels en/of spisula en/of zwaardscheden en mesheften en/of nonnetjes is naast de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel c, onder 1°, tevens de heffing bedoeld in artikel 4, onderdeel c, verschuldigd indien hij de door hem aangevoerde kokkels en spisula en zwaardscheden en mesheften, en nonnetjes in zijn onderneming be- of verwerkt of verpakt.
4. De aanvoerder van mosselen is naast de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel d, tevens de heffing bedoeld in artikel 4, onderdeel d, verschuldigd indien hij de door hem aangevoerde mosselen op zijn verwaterplaats stort of in zijn onderneming be- of verwerkt of verpakt.
5. De kweker van kweekvis is naast de heffing bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel e, tevens de heffing bedoeld in artikel 4, onderdeel e, verschuldigd indien hij zijn kweekvis in zijn onderneming be- of verwerkt of verpakt.
6. In de gevallen bedoeld in de voorgaande leden is de ondernemer die de betreffende vis koopt van de aanvoerder, wegens het kopen van deze vis, geen heffing als bedoeld in artikel 4 verschuldigd.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017391
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl