BWBR0017458
Geldig vanaf 01-05-2005
Artikel 2
Verordening bestemmingsheffing fonds voedselveiligheid vee- en vleessector (PVV) 2005
1. De ondernemer, die in het jaar 2005 één of meer dieren slacht of doet slachten, is ten behoeve van het Fonds voedselveiligheid vee- en vleessector over die dieren per dier en per diersoort een heffing verschuldigd volgens het navolgende tarief:
[tabel]
2. De heffing is door de ondernemer verschuldigd over het aantal dieren dat in het kalenderjaar wordt geslacht, voor zover dit aantal uitgedrukt in vee-eenheden, groter is dan 1.000.
3. Voor de berekening en vaststelling van de in het tweede lid bepaalde heffingsvrije voet geldt een rund als 1 vee-eenheid, geldt een kalf als 0,6 vee-eenheid, geldt een varken als 0,3 vee-eenheid, geldt een schaap als 0,15 vee-eenheid en geldt een geit als 0,15 vee-eenheid.
4. De heffing, bedoeld in het eerste lid, is niet verschuldigd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap is vastgesteld dat het behoort tot de categorieën 5 of 6 zoals bedoeld in artikel 1, onder q, van het Retributiebesluit Vleeskeuringswet. Voor de berekening van de in het tweede lid bepaalde heffingsvrije voet worden de hiervoor bedoelde dieren niet in aanmerking genomen.
5. De heffing, bedoeld in het eerste lid, is niet verschuldigd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap wordt aangetoond dat de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van slacht korter is dan twee maanden in het geval het varkens, geiten en schapen betreft, respectievelijk drie maanden in het geval het kalveren en runderen betreft.
[tabel]
2. De heffing is door de ondernemer verschuldigd over het aantal dieren dat in het kalenderjaar wordt geslacht, voor zover dit aantal uitgedrukt in vee-eenheden, groter is dan 1.000.
3. Voor de berekening en vaststelling van de in het tweede lid bepaalde heffingsvrije voet geldt een rund als 1 vee-eenheid, geldt een kalf als 0,6 vee-eenheid, geldt een varken als 0,3 vee-eenheid, geldt een schaap als 0,15 vee-eenheid en geldt een geit als 0,15 vee-eenheid.
4. De heffing, bedoeld in het eerste lid, is niet verschuldigd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap is vastgesteld dat het behoort tot de categorieën 5 of 6 zoals bedoeld in artikel 1, onder q, van het Retributiebesluit Vleeskeuringswet. Voor de berekening van de in het tweede lid bepaalde heffingsvrije voet worden de hiervoor bedoelde dieren niet in aanmerking genomen.
5. De heffing, bedoeld in het eerste lid, is niet verschuldigd voor een dier, ten aanzien waarvan ten genoegen van het productschap wordt aangetoond dat de periode tussen het tijdstip van invoer en het tijdstip van slacht korter is dan twee maanden in het geval het varkens, geiten en schapen betreft, respectievelijk drie maanden in het geval het kalveren en runderen betreft.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017458
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl