BWBR0017636
Geldig vanaf 22-12-2004
Artikel 2
Reglement projectsubsidies Belvedere 2005 - 2008
1. Een project komt voor een subsidie in aanmerking, indien naar het oordeel van het bestuur:
a. het project een geheel van werkzaamheden betreft ten behoeve van een incidentele, concreet omschreven activiteit die zich afspeelt binnen een periode van maximaal 24 maanden; en
b. in het project cultuurhistorische aspecten integraal en in een vroegtijdig stadium in plan- en ontwerpprocessen worden meegewogen en die aspecten richtinggevend zijn voor transformatieopgaven.
2. Een project draagt bij aan het in het eerste lid omschreven doel, indien:
a. het project is gericht op een integrale benadering van dan wel sprake is van een integrale visie op de cultuurhistorie; en
b. sprake is van een brede betrokkenheid en inzet van relevante bestuurlijke, opdrachtgevende, onderzoekende en ontwerpende partijen.
3. Als het een lokaal project betreft is tevens van belang dat er op innovatieve wijze cultuurhistorische aspecten in stedenbouwkundige en landschappelijke ontwerpen bij betrokken zijn, zodanig dat dit invloed heeft op de uitvoering van transformatieopgaven.
4. Als het een kennisproject betreft is tevens van belang dat de kennisontwikkeling en kennisoverdracht een experimenteel of innovatief karakter heeft en inzetbaar is binnen de uitvoeringspraktijk van de herinrichting van gebieden.
a. het project een geheel van werkzaamheden betreft ten behoeve van een incidentele, concreet omschreven activiteit die zich afspeelt binnen een periode van maximaal 24 maanden; en
b. in het project cultuurhistorische aspecten integraal en in een vroegtijdig stadium in plan- en ontwerpprocessen worden meegewogen en die aspecten richtinggevend zijn voor transformatieopgaven.
2. Een project draagt bij aan het in het eerste lid omschreven doel, indien:
a. het project is gericht op een integrale benadering van dan wel sprake is van een integrale visie op de cultuurhistorie; en
b. sprake is van een brede betrokkenheid en inzet van relevante bestuurlijke, opdrachtgevende, onderzoekende en ontwerpende partijen.
3. Als het een lokaal project betreft is tevens van belang dat er op innovatieve wijze cultuurhistorische aspecten in stedenbouwkundige en landschappelijke ontwerpen bij betrokken zijn, zodanig dat dit invloed heeft op de uitvoering van transformatieopgaven.
4. Als het een kennisproject betreft is tevens van belang dat de kennisontwikkeling en kennisoverdracht een experimenteel of innovatief karakter heeft en inzetbaar is binnen de uitvoeringspraktijk van de herinrichting van gebieden.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017636
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl