BWBR0017699
Geldig vanaf 01-07-2012
Artikel 39
Regeling monitoring handel in emissierechten
1. Degene die een inrichting drijft, bepaalt de jaarvracht van NOx van een zich in de inrichting bevindende NOx-installatie op basis van standaardomstandigheden en overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage X.
2. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOx, veroorzaakt door een NOx-installatie die behoort tot klasse 1, 2 of 3 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, indien die installatie minder dan 500 uur per kalenderjaar in bedrijf is, worden bepaald overeenkomstig de eisen die gelden voor klasse 4.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NOx, veroorzaakt door een NOx-verbrandingsinstallatie die behoort tot de klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X met een jaarvracht van minder dan 1 ton NOx, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NOx-emissies.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NOx, veroorzaakt door een NOx-installatie die per kalenderjaar minder dan zes maanden in de inrichting aanwezig is met een jaarvracht van minder dan twee ton NOx per kalenderjaar, worden vastgesteld op basis van historische gegevens of een onderbouwde schatting van de NOx-emissies.
5. Indien toepassing gegeven wordt aan het derde of vierde lid, worden bij het bepalen van de NOx-jaarvracht de NOx-emissies niet onderschat.
6. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOx, die wordt veroorzaakt door afwijkende procesomstandigheden van een NOx-verbrandingsinstallatie, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NOx-emissies, mits:
a. de NOx-verbrandingsinstallatie behoort tot de klasse 2, 3 of 4, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, en
b. de jaarvracht minder dan 1 ton per kalenderjaar bedraagt.
7. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOx voor een cluster van NOx-verbrandingsinstallaties of een cluster van NOx-procesinstallaties per cluster worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal overeenkomstig de eisen die gelden voor de klasse, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, die volgt uit de gesommeerde thermische vermogens van de betreffende NOx-verbrandingsinstallaties of de gesommeerde jaarvracht van NOx van de betreffende NOx-procesinstallaties.
8. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOx voor een cluster van NOx-verbrandingsinstallaties en NOx-procesinstallaties gezamenlijk uitsluitend worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangetoond dat de te hanteren monitoringsmethodiek voldoende aansluit bij de klassenindeling, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X.
9. In afwijking van het eerste lid en in afwijking van de bij deze regeling behorende bijlage X wordt de jaarvracht van NOx voor de zich in de inrichting bevindende fakkels op nul gesteld.
2. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOx, veroorzaakt door een NOx-installatie die behoort tot klasse 1, 2 of 3 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, indien die installatie minder dan 500 uur per kalenderjaar in bedrijf is, worden bepaald overeenkomstig de eisen die gelden voor klasse 4.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NOx, veroorzaakt door een NOx-verbrandingsinstallatie die behoort tot de klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X met een jaarvracht van minder dan 1 ton NOx, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NOx-emissies.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NOx, veroorzaakt door een NOx-installatie die per kalenderjaar minder dan zes maanden in de inrichting aanwezig is met een jaarvracht van minder dan twee ton NOx per kalenderjaar, worden vastgesteld op basis van historische gegevens of een onderbouwde schatting van de NOx-emissies.
5. Indien toepassing gegeven wordt aan het derde of vierde lid, worden bij het bepalen van de NOx-jaarvracht de NOx-emissies niet onderschat.
6. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOx, die wordt veroorzaakt door afwijkende procesomstandigheden van een NOx-verbrandingsinstallatie, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NOx-emissies, mits:
a. de NOx-verbrandingsinstallatie behoort tot de klasse 2, 3 of 4, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, en
b. de jaarvracht minder dan 1 ton per kalenderjaar bedraagt.
7. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOx voor een cluster van NOx-verbrandingsinstallaties of een cluster van NOx-procesinstallaties per cluster worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal overeenkomstig de eisen die gelden voor de klasse, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, die volgt uit de gesommeerde thermische vermogens van de betreffende NOx-verbrandingsinstallaties of de gesommeerde jaarvracht van NOx van de betreffende NOx-procesinstallaties.
8. In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOx voor een cluster van NOx-verbrandingsinstallaties en NOx-procesinstallaties gezamenlijk uitsluitend worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangetoond dat de te hanteren monitoringsmethodiek voldoende aansluit bij de klassenindeling, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X.
9. In afwijking van het eerste lid en in afwijking van de bij deze regeling behorende bijlage X wordt de jaarvracht van NOx voor de zich in de inrichting bevindende fakkels op nul gesteld.
- Citeren als
- Art. 39
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017699
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl