BWBR0017867
Geldig vanaf 27-11-2005
Artikel 4
Reglement inzake het maken van bezwaar tegen besluiten van de Stichting Bloembollenkeuringsdienst
1. De directeur kan verklaren dat het bezwaar niet ontvankelijk is, indien:
a. Het beroep niet voldoet aan de gestelde eisen van artikel 3, eerste lid; de directeur gaat hier eerst toe over nadat appellant een redelijke termijn is geboden het ingestelde beroep aan te vullen.
b. De in het vorige lid genoemde termijn wordt overschreden.
c. Het besluit waartegen bezwaar is aangetekend appellant niet of niet rechtstreeks raakt.
2. De directeur kan verklaren dat een bezwaar kennelijk ongegrond is indien er geen enkele goede reden bestaat voor het bezwaar.
3. Indien daartoe redenen aanwezig zijn kan de directeur, zonder appellant te horen, bepalen, dat aan het bezwaarschrift volledig wordt tegemoet gekomen, indien anderen daarvan geen nadeel ondervinden.
4. Indien appellant en eventuele andere belanghebbenden schriftelijk te kennen hebben gegeven af te zien van het recht om gehoord te worden, kan de directeur op het ingediende bezwaar beslissen.
5. Een beslissing als in het eerste tot en met het vierde lid bedoeld, wordt niet genomen dan na advies van de betrokken BKD-medewerker(s) en de secretaris.
6. Van een beslissing als in het eerste tot en met het vierde lid bedoeld, worden appellant en eventuele andere belanghebbenden ten spoedigste op de hoogte gesteld. Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing.
a. Het beroep niet voldoet aan de gestelde eisen van artikel 3, eerste lid; de directeur gaat hier eerst toe over nadat appellant een redelijke termijn is geboden het ingestelde beroep aan te vullen.
b. De in het vorige lid genoemde termijn wordt overschreden.
c. Het besluit waartegen bezwaar is aangetekend appellant niet of niet rechtstreeks raakt.
2. De directeur kan verklaren dat een bezwaar kennelijk ongegrond is indien er geen enkele goede reden bestaat voor het bezwaar.
3. Indien daartoe redenen aanwezig zijn kan de directeur, zonder appellant te horen, bepalen, dat aan het bezwaarschrift volledig wordt tegemoet gekomen, indien anderen daarvan geen nadeel ondervinden.
4. Indien appellant en eventuele andere belanghebbenden schriftelijk te kennen hebben gegeven af te zien van het recht om gehoord te worden, kan de directeur op het ingediende bezwaar beslissen.
5. Een beslissing als in het eerste tot en met het vierde lid bedoeld, wordt niet genomen dan na advies van de betrokken BKD-medewerker(s) en de secretaris.
6. Van een beslissing als in het eerste tot en met het vierde lid bedoeld, worden appellant en eventuele andere belanghebbenden ten spoedigste op de hoogte gesteld. Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing.
- Wet
- Reglement inzake het maken van bezwaar tegen besluiten van de Stichting Bloembollenkeuringsdienst
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017867
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl