1. De bedragen en normen op grond van de
Wet werk en bijstand worden in de maand april 2005 in afwijking van
artikel 38 van de Wet werk en bijstand aangepast alsof artikel III van toepassing is met ingang van 1 januari 2005, met uitzondering van de toepassing van de normen voor
artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2. In afwijking van de
artikelen 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen worden de bedragen in die artikelen gewijzigd overeenkomstig de aanpassing van het netto minimumloon op grond van artikel IV en V alsof laatstgenoemde artikelen van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2005.
3. In afwijking van
artikel 18 van de Wet werk en inkomen kunstenaars worden de bedragen, genoemd in dat artikel, in de maand april 2005 herzien alsof artikel VI van toepassing is met ingang van 1 januari 2005.
4. Van de personen, die op 1 april 2005 recht hebben op een ouderdomspensioen op grond van de
Algemene Ouderdomswet of op een uitkering op grond van de
Algemene nabestaandenwet wordt het ouderdomspensioen of de uitkering in de maand april 2005 verhoogd met het bedrag dat zou voortvloeien uit toepassing van de artikelen VII of VIII met ingang van 1 januari 2005.
5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de herziening van de bedragen, genoemd in
artikel 24, eerste lid,
48, eerste lid en
64a, eerste lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid.