BWBR0018280
Geldig vanaf 2005-08-03
Artikel 6
Besluit beleidsinformatie jeugdzorg
Voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 42 van de wet, registreert de stichting per minderjarige de volgende gegevens over hun taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a en b, van de wet:
a. de datum waarop de stichting de op schrift vastgelegde beslissing heeft ontvangen waaruit blijkt dat een taak een aanvang heeft genomen met een aanduiding van de hoedanigheid van degene die de beslissing heeft genomen;
b. de datum waarop de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet aanvangt of wordt verlengd;
c. de datum waarop een taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet eindigt met een aanduiding van de reden daarvan;
d. de datum waarop een taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet aanvangt en eindigt met een aanduiding van de soort voogdij en de reden van beëindiging;
e. de datum waarop de rechter een machtiging tot uithuisplaatsing heeft gegeven met een aanduiding van de soort machtiging uithuisplaatsing en de duur van de machtiging;
f. de datum waarop de stichting aan de jeugdige, zijn ouders of degene die hem als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden mededeelt dat een taak is aangevangen;
g. de datum waarop een medewerker van de stichting over een taak een eerste contact heeft met de cliënt;
h. de datum waarop de stichting het plan, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet vaststelt.
a. de datum waarop de stichting de op schrift vastgelegde beslissing heeft ontvangen waaruit blijkt dat een taak een aanvang heeft genomen met een aanduiding van de hoedanigheid van degene die de beslissing heeft genomen;
b. de datum waarop de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet aanvangt of wordt verlengd;
c. de datum waarop een taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet eindigt met een aanduiding van de reden daarvan;
d. de datum waarop een taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet aanvangt en eindigt met een aanduiding van de soort voogdij en de reden van beëindiging;
e. de datum waarop de rechter een machtiging tot uithuisplaatsing heeft gegeven met een aanduiding van de soort machtiging uithuisplaatsing en de duur van de machtiging;
f. de datum waarop de stichting aan de jeugdige, zijn ouders of degene die hem als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden mededeelt dat een taak is aangevangen;
g. de datum waarop een medewerker van de stichting over een taak een eerste contact heeft met de cliënt;
h. de datum waarop de stichting het plan, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet vaststelt.