BWBR0018331
Geldig vanaf 2006-05-15
Artikel 26
Organisatieregeling Ministerie van Justitie 2005
1. De directie Sanctie- en Preventiebeleid (DSP) is belast met de verantwoordelijkheid voor de advisering van de departementsleiding over en de coördinatie, ontwikkeling en evaluatie van beleid dat gericht is op het bevorderen van de veiligheid van de maatschappij door:
a. de consequente en effectieve tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende en vrijheidsbeperkende straffen en maatregelen bij volwassenen;
b. de vermindering van de recidive door gedragsinterventies en goede aansluiting op maatschappelijke opvang;
c. het aanbieden van dienstverlening aan slachtoffers van criminaliteit;
d. het voorkomen van criminaliteit door inzet van preventieve maatregelen met het oog op een veilige en rechtvaardige samenleving.
2. Tevens is de directie belast met de advisering van de departementsleiding over en de ontwikkeling, coördinatie en evaluatie van beleid dat gericht is op het reguleren en beheersen van kansspelen met bijzondere aandacht voor het beschermen van de consument, het tegengaan van gokverslaving en het tegengaan van illegaliteit en criminaliteit.
3. De directie heeft op haar terrein een coördinerende taak in de advisering van de directeur-generaal Preventie, Jeugd en Sancties omtrent de besturing en beleidsvoering van de baten-lastendienst Dienst JUSTIS en de dienst Justitiële Inrichtingen, voorzover het haar beleidsterrein betreft.
4. De directie is namens de directeur-generaal belast met het toezicht op en het sturen van de door de directie gesubsidieerde organisaties en instellingen.
5. De directie bestaat uit:
a. de afdeling Informatievoorziening, Besturing en Begroting;
b. de afdeling Sanctiebeleid;
c. de afdeling Preventie en Slachtofferbeleid;
d. het tijdelijke Programma kansspelen;
e. de afdeling Reclassering;
f. het bureau Managementondersteuning;
g. het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM);
h. het secretariaat van de Raad voor strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (secretariaat RSJ);
i. het bureau van het College van toezicht op de kansspelen (bureau CvtK).
6. De in het vijfde lid onder g, h en i, genoemde dienstonderdelen zijn belast met de bedrijfsvoering en ondersteuning van de in die onderdelen genoemde zelfstandige bestuursorganen.
a. de consequente en effectieve tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende en vrijheidsbeperkende straffen en maatregelen bij volwassenen;
b. de vermindering van de recidive door gedragsinterventies en goede aansluiting op maatschappelijke opvang;
c. het aanbieden van dienstverlening aan slachtoffers van criminaliteit;
d. het voorkomen van criminaliteit door inzet van preventieve maatregelen met het oog op een veilige en rechtvaardige samenleving.
2. Tevens is de directie belast met de advisering van de departementsleiding over en de ontwikkeling, coördinatie en evaluatie van beleid dat gericht is op het reguleren en beheersen van kansspelen met bijzondere aandacht voor het beschermen van de consument, het tegengaan van gokverslaving en het tegengaan van illegaliteit en criminaliteit.
3. De directie heeft op haar terrein een coördinerende taak in de advisering van de directeur-generaal Preventie, Jeugd en Sancties omtrent de besturing en beleidsvoering van de baten-lastendienst Dienst JUSTIS en de dienst Justitiële Inrichtingen, voorzover het haar beleidsterrein betreft.
4. De directie is namens de directeur-generaal belast met het toezicht op en het sturen van de door de directie gesubsidieerde organisaties en instellingen.
5. De directie bestaat uit:
a. de afdeling Informatievoorziening, Besturing en Begroting;
b. de afdeling Sanctiebeleid;
c. de afdeling Preventie en Slachtofferbeleid;
d. het tijdelijke Programma kansspelen;
e. de afdeling Reclassering;
f. het bureau Managementondersteuning;
g. het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM);
h. het secretariaat van de Raad voor strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (secretariaat RSJ);
i. het bureau van het College van toezicht op de kansspelen (bureau CvtK).
6. De in het vijfde lid onder g, h en i, genoemde dienstonderdelen zijn belast met de bedrijfsvoering en ondersteuning van de in die onderdelen genoemde zelfstandige bestuursorganen.