BWBR0018384
Geldig vanaf 03-06-2005
Artikel 6
Verordening HBAG bevoegdheden en werkwijze HBAG 2005
1. De secretaris is namens het bestuur bevoegd tot dan wel belast met:
a. de voorbereiding van voorstellen voor begroting en jaarrekening aan het dagelijks bestuur;
b. de voorbereiding - waar nodig in overleg met de commissiesecretarissen - van beleids- en adviesvoorstellen, verordeningen en besluiten voor het bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter;
c. de dagelijkse leiding van het secretariaat van het hoofdbedrijfschap, terwijl de commissie-secretarissen namens het bestuur belast zijn met de dagelijkse leiding van het secretariaat van hun commissie;
d. het vaststellen van interne procedures en instructies;
e. het (doen) uitvoeren van het bepaalde in de wet, het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel, in verordeningen en besluiten
van alle voorkomende taken en werkzaamheden door het (dagelijks) bestuur vastgesteld, voorzover deze uitvoering niet van rechtswege of krachtens verordening of besluit aan het dagelijks bestuur of de voorzitter toekomt- De secretaris kan deze bevoegdheid aan een commissie-secretaris of functionarissen in ondermandaat geven.
het bepaalde in de wet, het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel, in verordeningen en besluiten
van alle voorkomende taken en werkzaamheden door het (dagelijks) bestuur vastgesteld,
f. het nemen van beslissingen, verband houdende met het dagelijks beheer van het vermogen en van de inkomsten en uitgaven, onverminderd het bepaalde in artikel 123 van de wet. Hij legt daaromtrent verantwoording af aan het dagelijks bestuur;
g. het onder het stellen van nadere voorwaarden aan derden uitbesteden van taken en werkzaamheden, indien het dagelijks bestuur hier vooraf goedkeuring aan heeft verleend;
h. het namens het hoofdbedrijfschap of één van de commissies van het hoofdbedrijfschap afgeven van verklaringen ter vaststelling van hem bekend zijnde feiten, verband houdende met de werkzaamheden van het hoofdbedrijfschap of van één van de commissies van het hoofdbedrijfschap;
j. het nemen van beslissingen op bezwaarschriften aangaande het hoofdbedrijfschap en de commissie-secretarissen tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften aangaande hun commissie, met dien verstande dat - ingeval de secretaris c.q. commissie-secretaris de in bezwaar bestreden beslissing in mandaat heeft genomen -zijn voorzitter respectievelijk commissie-voorzitter is gemandateerd te beslissen op bezwaarschriften.
a. de voorbereiding van voorstellen voor begroting en jaarrekening aan het dagelijks bestuur;
b. de voorbereiding - waar nodig in overleg met de commissiesecretarissen - van beleids- en adviesvoorstellen, verordeningen en besluiten voor het bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter;
c. de dagelijkse leiding van het secretariaat van het hoofdbedrijfschap, terwijl de commissie-secretarissen namens het bestuur belast zijn met de dagelijkse leiding van het secretariaat van hun commissie;
d. het vaststellen van interne procedures en instructies;
e. het (doen) uitvoeren van het bepaalde in de wet, het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel, in verordeningen en besluiten
van alle voorkomende taken en werkzaamheden door het (dagelijks) bestuur vastgesteld, voorzover deze uitvoering niet van rechtswege of krachtens verordening of besluit aan het dagelijks bestuur of de voorzitter toekomt- De secretaris kan deze bevoegdheid aan een commissie-secretaris of functionarissen in ondermandaat geven.
het bepaalde in de wet, het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel, in verordeningen en besluiten
van alle voorkomende taken en werkzaamheden door het (dagelijks) bestuur vastgesteld,
f. het nemen van beslissingen, verband houdende met het dagelijks beheer van het vermogen en van de inkomsten en uitgaven, onverminderd het bepaalde in artikel 123 van de wet. Hij legt daaromtrent verantwoording af aan het dagelijks bestuur;
g. het onder het stellen van nadere voorwaarden aan derden uitbesteden van taken en werkzaamheden, indien het dagelijks bestuur hier vooraf goedkeuring aan heeft verleend;
h. het namens het hoofdbedrijfschap of één van de commissies van het hoofdbedrijfschap afgeven van verklaringen ter vaststelling van hem bekend zijnde feiten, verband houdende met de werkzaamheden van het hoofdbedrijfschap of van één van de commissies van het hoofdbedrijfschap;
j. het nemen van beslissingen op bezwaarschriften aangaande het hoofdbedrijfschap en de commissie-secretarissen tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften aangaande hun commissie, met dien verstande dat - ingeval de secretaris c.q. commissie-secretaris de in bezwaar bestreden beslissing in mandaat heeft genomen -zijn voorzitter respectievelijk commissie-voorzitter is gemandateerd te beslissen op bezwaarschriften.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0018384
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl