BWBR0018413
Geldig vanaf 03-09-2005
Artikel 10
Verordening HPA gedroogde voedergewassen 2005
1. Gedroogde voedergewassen die het bedrijfsterrein van een verwerkingsbedrijf hebben verlaten, mogen niet terugkeren naar hetzelfde verwerkingsbedrijf, tenzij de goederen terugkeren om opnieuw verkoopklaar te worden gemaakt en mits voldaan wordt aan de in het derde lid genoemde voorwaarden.
2. Het is toegestaan om andere producten dan voor droging en/of vermaling bestemde voedergewassen dan wel voedergewassen die door een ander verwerkingsbedrijf zijn gedroogd en/of vermalen, het bedrijfsterrein van het verwerkingsbedrijf binnen te brengen met het oog op de vervaardiging van een mengsel, mits voldaan wordt aan de in het derde lid genoemde voorwaarden.
3. In de gevallen, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden:
a. de ontvangst van de hoeveelheid en de soort gedroogde voedergewassen of toevoegingen dient vooraf te worden gemeld aan de AID;
b. van voedergewassen die elders zijn gedroogd, dient de herkomst te worden opgegeven aan de AID;
c. de ontvangen voedergewassen en de toevoegingen moeten fysiek gescheiden worden opgeslagen;
d. er dient een duidelijke identificatie van de ontvangen voedergewassen en de toevoegingen te zijn;
e. er dient een afzonderlijke administratie van de ontvangen voedergewassen en de toevoegingen te worden gevoerd.
4. Niet-steunwaardige producten, die in het verwerkingsbedrijf zijn gedroogd of het verwerkingsbedrijf worden binnengebracht, moeten fysiek gescheiden van steunwaardige producten wordt opgeslagen en afzonderlijk in de administratie worden opgenomen.
2. Het is toegestaan om andere producten dan voor droging en/of vermaling bestemde voedergewassen dan wel voedergewassen die door een ander verwerkingsbedrijf zijn gedroogd en/of vermalen, het bedrijfsterrein van het verwerkingsbedrijf binnen te brengen met het oog op de vervaardiging van een mengsel, mits voldaan wordt aan de in het derde lid genoemde voorwaarden.
3. In de gevallen, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden:
a. de ontvangst van de hoeveelheid en de soort gedroogde voedergewassen of toevoegingen dient vooraf te worden gemeld aan de AID;
b. van voedergewassen die elders zijn gedroogd, dient de herkomst te worden opgegeven aan de AID;
c. de ontvangen voedergewassen en de toevoegingen moeten fysiek gescheiden worden opgeslagen;
d. er dient een duidelijke identificatie van de ontvangen voedergewassen en de toevoegingen te zijn;
e. er dient een afzonderlijke administratie van de ontvangen voedergewassen en de toevoegingen te worden gevoerd.
4. Niet-steunwaardige producten, die in het verwerkingsbedrijf zijn gedroogd of het verwerkingsbedrijf worden binnengebracht, moeten fysiek gescheiden van steunwaardige producten wordt opgeslagen en afzonderlijk in de administratie worden opgenomen.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0018413
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl