BWBR0018472
Geldig vanaf 2005-09-01
Artikel 32
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
1. Indien de belanghebbende het bedrag van de terugvordering, daaronder begrepen de in artikel 27bedoelde rente alsmede bestuurlijke boeten, niet binnen de gestelde termijn betaalt, maant de Dienst Toeslagen hem schriftelijk aan om alsnog binnen twee weken na de dagtekening van de aanmaning te betalen.
2. De invordering van het bedrag van de terugvordering kan geschieden bij een door de Dienst Toeslagen uit te vaardigen dwangbevel. In afwijking van artikel 4:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtkunnen bij het dwangbevel tevens de kosten van de aanmaning, de kosten van het dwangbevel en de verschuldigde renten worden ingevorderd.
3. De betekening van het dwangbevel geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 13 van de Invorderingswet 1990.
4. De artikelen 14, 15, 18en 18a van de Invorderingswet 1990zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De belanghebbende kan met overeenkomstige toepassing van artikel 17 van de Invorderingswet 1990, tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel in verzet komen.
6. Een derde die aan de belanghebbende loon, pensioen, lijfrente of uitkeringen, een en ander als bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990, verschuldigd is, of een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezichtwaarbij belanghebbende een tegoed op een rekening heeft, kan op vordering van de Dienst Toeslagen met overeenkomstige toepassing van artikel 19 van de Invorderingswet 1990worden verplicht het door de belanghebbende verschuldigde bedrag aan terugvordering te betalen.
7. Artikel 27, eerste lid, van de Invorderingswet 1990is van overeenkomstige toepassing.
2. De invordering van het bedrag van de terugvordering kan geschieden bij een door de Dienst Toeslagen uit te vaardigen dwangbevel. In afwijking van artikel 4:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtkunnen bij het dwangbevel tevens de kosten van de aanmaning, de kosten van het dwangbevel en de verschuldigde renten worden ingevorderd.
3. De betekening van het dwangbevel geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 13 van de Invorderingswet 1990.
4. De artikelen 14, 15, 18en 18a van de Invorderingswet 1990zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De belanghebbende kan met overeenkomstige toepassing van artikel 17 van de Invorderingswet 1990, tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel in verzet komen.
6. Een derde die aan de belanghebbende loon, pensioen, lijfrente of uitkeringen, een en ander als bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990, verschuldigd is, of een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezichtwaarbij belanghebbende een tegoed op een rekening heeft, kan op vordering van de Dienst Toeslagen met overeenkomstige toepassing van artikel 19 van de Invorderingswet 1990worden verplicht het door de belanghebbende verschuldigde bedrag aan terugvordering te betalen.
7. Artikel 27, eerste lid, van de Invorderingswet 1990is van overeenkomstige toepassing.