BWBR0018860
Geldig vanaf 01-01-2006
Artikel 8
Tarievenbesluit CTB 2006
1. Voor de beoordeling van een aanvraag tot aanwijzing van een werkzame stof (aanvraag tot plaatsing van (nieuwe) werkzame stof op Bijlage I van EG-Richtlijn 91/414/EEG als bedoeld in artikel 4a van de wet en artikel 15, eerste lid, van de RTB 95, is een tarief verschuldigd:
a. het bedrag voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot aanwijzing: € 11.000,–;
b. het bedrag voor het samenvatten en beoordelen (de monograph) van de aanvraag tot aanwijzing: b.1 het basis bedrag is: € 233.300,–;
b.2 het bedrag voor het samenvatten en beoordelen als bij de in behandeling neming van de aanvraag tot aanwijzing blijkt dat met een gedeeltelijk beperkte samenvatting of beoordeling kan worden volstaan: € 158.300,–;
b.1 het basis bedrag is: € 233.300,–;
b.2 het bedrag voor het samenvatten en beoordelen als bij de in behandeling neming van de aanvraag tot aanwijzing blijkt dat met een gedeeltelijk beperkte samenvatting of beoordeling kan worden volstaan: € 158.300,–;
c. Voor werkzaamheden die na het uitbrengen van de samenvatting en beoordeling (de monograph) aan de Europese Commissie nodig zijn voor de afronding van de Europese besluitvorming is een bedrag op nacalculatie van de werkelijk gemaakte kosten verschuldigd. Als voorschot is een bedrag van € 76.000,– verschuldigd.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, is het bedrag voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot aanwijzing van een werkzame stof als bedoeld in het besluit van de Europese Commissie 2229/2004 (PB 24 december 2004, L379), bijlage I, deel A t/m F, houdende bepalingen voor de uitvoering van de vierde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, tweede lid, Richtlijn 91/414/EEG: € 5.500,–.
3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, is het bedrag voor het samenvatten en beoordelen van de aanvraag tot aanwijzing van een werkzame stof als bedoeld in het besluit van de Europese Commissie 2229/2004 (PB 24 december 2004, L379), bijlage I, deel A t/m F, houdende bepalingen voor de uitvoering van de vierde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, tweede lid, Richtlijn 91/414/EEG een bedrag dat door het CTB wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Na het in behandeling nemen van een aanvraag tot aanwijzing brengt het CTB een offerte uit waarin voor elk van de te beoordelen aspecten van de aanvraag een kostenindicatie wordt gegeven. Het CTB verschaft tevens een indicatie over de te verwachten totale kosten van de beoordeling van de aanvraag tot aanwijzing. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van de door het CTB uitgebrachte offerte te beslissen om de aanvraag in te trekken. De aanvrager brengt zijn beslissing schriftelijk ter kennis van het CTB. Na afloop van een uitgevoerde beoordeling stelt het CTB een onderbouwd overzicht op van de werkelijk gemaakte kosten van de beoordeling. Deze kosten dienen door de aanvrager te worden vergoed.
4. Voor het maken van een verslag van de bevoegde instantie en een aanbeveling voor een ten aanzien van de betrokken werkzame stof te nemen besluit de beoordeling van (aanvraag tot plaatsing van (nieuwe) werkzame stof op Bijlage I van EG-Richtlijn 98/8/EG) als bedoeld in artikel 4a van de wet en artikel 15, eerste lid, van de RTB 95, is een tarief verschuldigd:
a. het bedrag voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot aanwijzing: € 11.000,–;
b. het bedrag voor het samenvatten en beoordelen (het evalueren) en opstellen advies omtrent het te nemen besluit: b.1 het basis bedrag is: € 208.300,–;
b.2 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat extra gegevens moeten worden geëvalueerd en extra beoordelingen moeten worden uitgevoerd, is: € 258.300,–;
b.3 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat met een gedeeltelijk beperkte evaluatie kan worden volstaan: € 158.300,–;
b.4 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat met een beperkte evaluatie kan worden volstaan: € 108.300,–;
b.1 het basis bedrag is: € 208.300,–;
b.2 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat extra gegevens moeten worden geëvalueerd en extra beoordelingen moeten worden uitgevoerd, is: € 258.300,–;
b.3 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat met een gedeeltelijk beperkte evaluatie kan worden volstaan: € 158.300,–;
b.4 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat met een beperkte evaluatie kan worden volstaan: € 108.300,–;
c. voor werkzaamheden die na het uitbrengen van het verslag en het advies omtrent het te nemen besluit ten aanzien van de werkzame stof nodig zijn voor de afronding van de Europese besluitvorming is een bedrag op nacalculatie van de werkelijk gemaakte kosten verschuldigd. Als voorschot is een bedrag van € 76.000,– verschuldigd.
a. het bedrag voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot aanwijzing: € 11.000,–;
b. het bedrag voor het samenvatten en beoordelen (de monograph) van de aanvraag tot aanwijzing: b.1 het basis bedrag is: € 233.300,–;
b.2 het bedrag voor het samenvatten en beoordelen als bij de in behandeling neming van de aanvraag tot aanwijzing blijkt dat met een gedeeltelijk beperkte samenvatting of beoordeling kan worden volstaan: € 158.300,–;
b.1 het basis bedrag is: € 233.300,–;
b.2 het bedrag voor het samenvatten en beoordelen als bij de in behandeling neming van de aanvraag tot aanwijzing blijkt dat met een gedeeltelijk beperkte samenvatting of beoordeling kan worden volstaan: € 158.300,–;
c. Voor werkzaamheden die na het uitbrengen van de samenvatting en beoordeling (de monograph) aan de Europese Commissie nodig zijn voor de afronding van de Europese besluitvorming is een bedrag op nacalculatie van de werkelijk gemaakte kosten verschuldigd. Als voorschot is een bedrag van € 76.000,– verschuldigd.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, is het bedrag voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot aanwijzing van een werkzame stof als bedoeld in het besluit van de Europese Commissie 2229/2004 (PB 24 december 2004, L379), bijlage I, deel A t/m F, houdende bepalingen voor de uitvoering van de vierde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, tweede lid, Richtlijn 91/414/EEG: € 5.500,–.
3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, is het bedrag voor het samenvatten en beoordelen van de aanvraag tot aanwijzing van een werkzame stof als bedoeld in het besluit van de Europese Commissie 2229/2004 (PB 24 december 2004, L379), bijlage I, deel A t/m F, houdende bepalingen voor de uitvoering van de vierde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, tweede lid, Richtlijn 91/414/EEG een bedrag dat door het CTB wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Na het in behandeling nemen van een aanvraag tot aanwijzing brengt het CTB een offerte uit waarin voor elk van de te beoordelen aspecten van de aanvraag een kostenindicatie wordt gegeven. Het CTB verschaft tevens een indicatie over de te verwachten totale kosten van de beoordeling van de aanvraag tot aanwijzing. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van de door het CTB uitgebrachte offerte te beslissen om de aanvraag in te trekken. De aanvrager brengt zijn beslissing schriftelijk ter kennis van het CTB. Na afloop van een uitgevoerde beoordeling stelt het CTB een onderbouwd overzicht op van de werkelijk gemaakte kosten van de beoordeling. Deze kosten dienen door de aanvrager te worden vergoed.
4. Voor het maken van een verslag van de bevoegde instantie en een aanbeveling voor een ten aanzien van de betrokken werkzame stof te nemen besluit de beoordeling van (aanvraag tot plaatsing van (nieuwe) werkzame stof op Bijlage I van EG-Richtlijn 98/8/EG) als bedoeld in artikel 4a van de wet en artikel 15, eerste lid, van de RTB 95, is een tarief verschuldigd:
a. het bedrag voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot aanwijzing: € 11.000,–;
b. het bedrag voor het samenvatten en beoordelen (het evalueren) en opstellen advies omtrent het te nemen besluit: b.1 het basis bedrag is: € 208.300,–;
b.2 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat extra gegevens moeten worden geëvalueerd en extra beoordelingen moeten worden uitgevoerd, is: € 258.300,–;
b.3 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat met een gedeeltelijk beperkte evaluatie kan worden volstaan: € 158.300,–;
b.4 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat met een beperkte evaluatie kan worden volstaan: € 108.300,–;
b.1 het basis bedrag is: € 208.300,–;
b.2 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat extra gegevens moeten worden geëvalueerd en extra beoordelingen moeten worden uitgevoerd, is: € 258.300,–;
b.3 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat met een gedeeltelijk beperkte evaluatie kan worden volstaan: € 158.300,–;
b.4 het bedrag is, als bij de in behandeling name blijkt dat met een beperkte evaluatie kan worden volstaan: € 108.300,–;
c. voor werkzaamheden die na het uitbrengen van het verslag en het advies omtrent het te nemen besluit ten aanzien van de werkzame stof nodig zijn voor de afronding van de Europese besluitvorming is een bedrag op nacalculatie van de werkelijk gemaakte kosten verschuldigd. Als voorschot is een bedrag van € 76.000,– verschuldigd.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0018860
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl