BWBR0018872
Geldig vanaf 01-01-2006
Artikel 13
Heffingsverordening 2006
1. Indien vis door tussenkomst van een afslag is verhandeld worden de op grond van deze verordening wegens het aanvoeren of kopen van de vis verschuldigde heffingen door de ondernemer onmiddellijk na de verkoop aan het productschap betaald.
2. In de gevallen bedoeld in het eerste lid kunnen de door de aanvoerder of koper verschuldigde heffingen door de afslagadministratie ten behoeve van het productschap worden geïnd door middel van inhouding op de op de afslag gemaakte brutobesomming respectievelijk verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
3. Indien vis niet door tussenkomst van een afslag is verhandeld kunnen derden worden gemandateerd om ten behoeve van het productschap de verschuldigde heffingen bij een aanvoerder of koper te innen door middel van inhouding op de gemaakte brutobesomming respectievelijk verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
4. Bij besluit bepaalt het bestuur welke afslagen en derden gemandateerd zijn om ten behoeve van het productschap de verschuldigde heffingen bij een aanvoerder of koper te innen door middel van inhouding op de gemaakte brutobesomming respectievelijk door middel van verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
5. Indien de heffingen op de in de vorige leden genoemde wijze volledig zijn geïnd, wordt de onder nemer geacht te dier zake aan zijn verplichting te hebben voldaan.
2. In de gevallen bedoeld in het eerste lid kunnen de door de aanvoerder of koper verschuldigde heffingen door de afslagadministratie ten behoeve van het productschap worden geïnd door middel van inhouding op de op de afslag gemaakte brutobesomming respectievelijk verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
3. Indien vis niet door tussenkomst van een afslag is verhandeld kunnen derden worden gemandateerd om ten behoeve van het productschap de verschuldigde heffingen bij een aanvoerder of koper te innen door middel van inhouding op de gemaakte brutobesomming respectievelijk verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
4. Bij besluit bepaalt het bestuur welke afslagen en derden gemandateerd zijn om ten behoeve van het productschap de verschuldigde heffingen bij een aanvoerder of koper te innen door middel van inhouding op de gemaakte brutobesomming respectievelijk door middel van verrekening met het betaalde aankoopbedrag.
5. Indien de heffingen op de in de vorige leden genoemde wijze volledig zijn geïnd, wordt de onder nemer geacht te dier zake aan zijn verplichting te hebben voldaan.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0018872
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl