BWBR0019020
Geldig vanaf 14-05-2006
Artikel 7
Verordening PDV retributies diervoeders jaar 2006
1. De certificatie-instelling is verplicht jaarlijks aan het productschap voor de volgens GMP+:2006 gecertificeerde bedrijfslocaties per bedrijfslocatie per certificatie van een GMP-standaard een basisvergoeding te betalen:
[tabel]
2. De scope van standaard B1 omvat de productie van, handel en op- en overslag in mengvoeders, voormengsels, voedermiddelen en toevoegingsmiddelen. In afwijking van het in lid 1 bepaalde, bedraagt de basisvergoeding voor standaard B1: € 195,00 voor de eerste 5 locaties, € 150,00 voor de locaties 6 t/m 10, € 105,00 voor de locaties 11 t/m 15 en € 60,00 voor de locaties 16 en verder
– indien de productie slechts één productgroep betreft, ongeacht de handels- en/of op- en overslagactiviteiten;
– indien de gecertificeerde bedrijfslocaties uitsluitend handelen in de genoemde productgroepen in combinatie met op- en overslagactiviteiten.
3. Voor een tweede certificatie op dezelfde bedrijfslocatie is 50%, voor elke volgende certificatie is 10% van het in het eerste lid genoemde bedrag verschuldigd.
4. Voor een aanvullende certificatie voor de standaarden B9.1 (graskippen) of B9.2 (scharreldieren) is de certificatie-instelling verplicht aan het productschap een vergoeding van € 25 te betalen.
5. Voor een certificatie van de standaarden B6 (teelt voedermiddelen), B7.1 (opslag, bewaring en vervoedering diervoeders op het pluimveehouderijbedrijf) en B7.2 (opslag, bewaring en vervoedering diervoeders op het varkenshouderijbedrijf) is de certificatie- instelling verplicht aan het productschap een vergoeding van € 25 te betalen.
6. De peildatum voor berekening van de vergoedingen, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, is 31 december.
[tabel]
2. De scope van standaard B1 omvat de productie van, handel en op- en overslag in mengvoeders, voormengsels, voedermiddelen en toevoegingsmiddelen. In afwijking van het in lid 1 bepaalde, bedraagt de basisvergoeding voor standaard B1: € 195,00 voor de eerste 5 locaties, € 150,00 voor de locaties 6 t/m 10, € 105,00 voor de locaties 11 t/m 15 en € 60,00 voor de locaties 16 en verder
– indien de productie slechts één productgroep betreft, ongeacht de handels- en/of op- en overslagactiviteiten;
– indien de gecertificeerde bedrijfslocaties uitsluitend handelen in de genoemde productgroepen in combinatie met op- en overslagactiviteiten.
3. Voor een tweede certificatie op dezelfde bedrijfslocatie is 50%, voor elke volgende certificatie is 10% van het in het eerste lid genoemde bedrag verschuldigd.
4. Voor een aanvullende certificatie voor de standaarden B9.1 (graskippen) of B9.2 (scharreldieren) is de certificatie-instelling verplicht aan het productschap een vergoeding van € 25 te betalen.
5. Voor een certificatie van de standaarden B6 (teelt voedermiddelen), B7.1 (opslag, bewaring en vervoedering diervoeders op het pluimveehouderijbedrijf) en B7.2 (opslag, bewaring en vervoedering diervoeders op het varkenshouderijbedrijf) is de certificatie- instelling verplicht aan het productschap een vergoeding van € 25 te betalen.
6. De peildatum voor berekening van de vergoedingen, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, is 31 december.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019020
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl