BWBR0019025
Geldig vanaf 28-01-2006
Artikel 3
Verordening bestemmingsheffing natuursteenbedrijf 2006
1. Aan de ondernemers bedoeld in artikel 2, die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijven waarin het natuursteenbedrijf wordt uitgeoefend, wordt voor het jaar 2006 een heffing opgelegd ten behoeve van zowel onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en specifiek op de natuursteenbranche afgestemde projecten als voor de techniek en de promotie over natuursteen in brede zin.
2. Als grondslag voor de heffing geldt de omzet in 2004.
3. De heffingen worden als volgt vastgesteld:
a. over de omzet tot en met € 115.000: € 3,40 per duizend euro omzet;
b. over het gedeelte van de omzet vanaf € 115.000 en tot en met € 225.000: € 2,80 per duizend euro omzet;
c. over het gedeelte van de omzet vanaf € 225.000 en tot en met € 450.000: € 2,25 per duizend euro omzet;
d. over het gedeelte van de omzet vanaf € 450.000 en tot en met € 2.250.000: € 1,90 per duizend euro omzet;
e. over omzetten vanaf € 2.250.000: € 0,20 per duizend euro omzet.
4. De heffing op grond van artikel 3, derde lid, bedraagt ten minste € 100,-.
5. In afwijking van het tweede lid, wordt voor ondernemers die de bedrijfsuitoefening na 1 januari 2004 hebben aangevangen als grondslag gehanteerd de omzet over de periode van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 31 december 2005, met een maximum van twaalf maanden vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening.
2. Als grondslag voor de heffing geldt de omzet in 2004.
3. De heffingen worden als volgt vastgesteld:
a. over de omzet tot en met € 115.000: € 3,40 per duizend euro omzet;
b. over het gedeelte van de omzet vanaf € 115.000 en tot en met € 225.000: € 2,80 per duizend euro omzet;
c. over het gedeelte van de omzet vanaf € 225.000 en tot en met € 450.000: € 2,25 per duizend euro omzet;
d. over het gedeelte van de omzet vanaf € 450.000 en tot en met € 2.250.000: € 1,90 per duizend euro omzet;
e. over omzetten vanaf € 2.250.000: € 0,20 per duizend euro omzet.
4. De heffing op grond van artikel 3, derde lid, bedraagt ten minste € 100,-.
5. In afwijking van het tweede lid, wordt voor ondernemers die de bedrijfsuitoefening na 1 januari 2004 hebben aangevangen als grondslag gehanteerd de omzet over de periode van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 31 december 2005, met een maximum van twaalf maanden vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019025
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl