BWBR0019280
Geldig vanaf 11-06-2006
Artikel 11
Verordening identificatie en registratie van pluimveebedrijven, broedeieren en levend pluimvee (PPE) 2005
1. Het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt namens het productschap uitgeoefend door personen en instanties die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen.
2. Ondernemers zijn verplicht:
a. aan de door het bestuur aangewezen personen en instanties al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de door het bestuur aangewezen personen en instanties inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de door het bestuur aangewezen personen en instanties te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar respectievelijk waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen respectievelijk worden vervoerd;
d. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de door het bestuur aangewezen personen en instanties opgedragen toezichtstaak.
3. De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berechtingsrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling op te maken.
4. Het besluit bedoeld in het eerste lid wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
2. Ondernemers zijn verplicht:
a. aan de door het bestuur aangewezen personen en instanties al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de door het bestuur aangewezen personen en instanties inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de door het bestuur aangewezen personen en instanties te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar respectievelijk waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen respectievelijk worden vervoerd;
d. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de door het bestuur aangewezen personen en instanties opgedragen toezichtstaak.
3. De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berechtingsrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling op te maken.
4. Het besluit bedoeld in het eerste lid wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019280
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl