BWBR0019352
Geldig vanaf 30-12-2005
Artikel 13
Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2005
1. Als een belanghebbende heeft aangegeven gehoord te willen worden, of als UWV belang heeft bij het horen van de belanghebbende, stelt UWV in overleg met de belanghebbende datum en tijd vast waarop de hoorzitting plaatsvindt.
2. De afgesproken datum en tijd worden schriftelijk bevestigd.
3. Als belanghebbende telefonisch onbereikbaar is, wordt de hoorzitting door UWV eenzijdig gepland en wordt belanghebbende schriftelijk uitgenodigd, tenzij belanghebbende kan worden te hebben afgezien van het recht te worden gehoord.
4. Als belanghebbende verzoekt om uitstel van de hoorzitting, binnen één week na de dag van verzending van de uitnodiging voor de hoorzitting en onder opgaaf van een valide reden, wordt dit verzoek gehonoreerd.
5. Als belanghebbende, na een in overleg vastgestelde hoorzitting of later dan één week na de dag van verzending van de uitnodiging voor de hoorzitting, verzoekt om uitstel van de hoorzitting, honoreert UWV dat verzoek alleen in overmachtsituaties.
6. UWV kan van een gemachtigde verlangen dat hij bij het begin van de zitting een schriftelijke machtiging overlegt, tenzij de belanghebbende zelf met hem verschijnt of de gemachtigde advocaat, procureur, of een andere algemeen erkende rechtshulpverlener is.
7. Het horen van belanghebbenden geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:5 van de wet door een of meer medewerkers van UWV.
8. Als een van de in artikel 7:3 van de wet genoemde gevallen zich voordoet beslist UWV of van het horen van belanghebbenden wordt afgezien.
2. De afgesproken datum en tijd worden schriftelijk bevestigd.
3. Als belanghebbende telefonisch onbereikbaar is, wordt de hoorzitting door UWV eenzijdig gepland en wordt belanghebbende schriftelijk uitgenodigd, tenzij belanghebbende kan worden te hebben afgezien van het recht te worden gehoord.
4. Als belanghebbende verzoekt om uitstel van de hoorzitting, binnen één week na de dag van verzending van de uitnodiging voor de hoorzitting en onder opgaaf van een valide reden, wordt dit verzoek gehonoreerd.
5. Als belanghebbende, na een in overleg vastgestelde hoorzitting of later dan één week na de dag van verzending van de uitnodiging voor de hoorzitting, verzoekt om uitstel van de hoorzitting, honoreert UWV dat verzoek alleen in overmachtsituaties.
6. UWV kan van een gemachtigde verlangen dat hij bij het begin van de zitting een schriftelijke machtiging overlegt, tenzij de belanghebbende zelf met hem verschijnt of de gemachtigde advocaat, procureur, of een andere algemeen erkende rechtshulpverlener is.
7. Het horen van belanghebbenden geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:5 van de wet door een of meer medewerkers van UWV.
8. Als een van de in artikel 7:3 van de wet genoemde gevallen zich voordoet beslist UWV of van het horen van belanghebbenden wordt afgezien.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019352
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl