BWBR0019653
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 3
Instellingsbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening
1. Het College adviseert of ondersteunt Onze Minister desgevraagd of uit eigen beweging met betrekking tot:
a. de vaststelling van de toetstermen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit;
b. de vaststelling van de wijze waarop wordt voldaan aan de eindtermen, bedoeld in bijlage 6 van het besluit, zoals voorgeschreven in artikel 171, eerste en tweede lid, van het besluit;
c. de vaststelling van de toetstermen met betrekking tot permanente educatie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het besluit, alsmede de wijze waarop daaraan kan worden voldaan;
d. de toewijzing of afwijzing van een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 9, eerste lid of artikel 11b, eerste lid, van het besluit;
e. het verbinden van voorschriften aan een erkenning als exameninstituut als bedoeld in artikel 9, derde lid, van het besluit;
f. het verbinden van voorschriften of voorwaarden aan een erkenning als exameninstituut als bedoeld in artikel 11b, derde lid, van het besluit;
g. het intrekken van een erkenning als bedoeld in artikel 9, vierde lid of artikel 11b, vierde lid, van het besluit;
h. het toezicht op de naleving van de van toepassing zijnde voorschriften door erkende exameninstituten of erkende instituten voor permanente educatie;
i. de aanwijzing van geldige diploma’s als bedoeld in artikel 171, vierde lid, van het besluit;
j. het verlenen van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, aan houders van een diploma voor financiële dienstverlening van een andere lidstaat waarmee de vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6, van het besluit, kan worden aangetoond.
2. Op verzoek van Onze Minister of de Autoriteit Financiële Markten adviseert het College over in dat verzoek nader te specificeren onderwerpen met betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen.
a. de vaststelling van de toetstermen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit;
b. de vaststelling van de wijze waarop wordt voldaan aan de eindtermen, bedoeld in bijlage 6 van het besluit, zoals voorgeschreven in artikel 171, eerste en tweede lid, van het besluit;
c. de vaststelling van de toetstermen met betrekking tot permanente educatie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het besluit, alsmede de wijze waarop daaraan kan worden voldaan;
d. de toewijzing of afwijzing van een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 9, eerste lid of artikel 11b, eerste lid, van het besluit;
e. het verbinden van voorschriften aan een erkenning als exameninstituut als bedoeld in artikel 9, derde lid, van het besluit;
f. het verbinden van voorschriften of voorwaarden aan een erkenning als exameninstituut als bedoeld in artikel 11b, derde lid, van het besluit;
g. het intrekken van een erkenning als bedoeld in artikel 9, vierde lid of artikel 11b, vierde lid, van het besluit;
h. het toezicht op de naleving van de van toepassing zijnde voorschriften door erkende exameninstituten of erkende instituten voor permanente educatie;
i. de aanwijzing van geldige diploma’s als bedoeld in artikel 171, vierde lid, van het besluit;
j. het verlenen van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, aan houders van een diploma voor financiële dienstverlening van een andere lidstaat waarmee de vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6, van het besluit, kan worden aangetoond.
2. Op verzoek van Onze Minister of de Autoriteit Financiële Markten adviseert het College over in dat verzoek nader te specificeren onderwerpen met betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019653
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl