BWBR0019715
Geldig vanaf 01-04-2006
Artikel 5
Mandaatregeling RDW
1. Aan de Directie blijven voorbehouden:
a. de afdoening en ondertekening van beleidsregels;
b. de afdoening en ondertekening van circulaires die een verzoek, gericht tot een groep van personen of instanties buiten de overheid, om medewerking of inlichtingen bevatten;
c. de afdoening en ondertekening van stukken: 1. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
2. gericht aan de Nationale Ombudsman;
3. gericht aan de Raad van Toezicht;
4. gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat;
5. gericht aan de Ondernemingsraad;
6. gericht aan het Georganiseerd Overleg;
7. gericht aan de Stichting Centraal Overleg Bedrijfsleven / RDW;
8. inzake beslissingen op bezwaar op grond van de Algemene wet bestuursrecht in personele aangelegenheden;
1. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
2. gericht aan de Nationale Ombudsman;
3. gericht aan de Raad van Toezicht;
4. gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat;
5. gericht aan de Ondernemingsraad;
6. gericht aan het Georganiseerd Overleg;
7. gericht aan de Stichting Centraal Overleg Bedrijfsleven / RDW;
8. inzake beslissingen op bezwaar op grond van de Algemene wet bestuursrecht in personele aangelegenheden;
d. het aangaan van (internationale) samenwerkingsverbanden;
e. het sluiten van bestuurlijke overeenkomsten;
f. het voeren van politiek overleg.
2. Het reglement als bedoeld in artikel 4n van de Wegenverkeerswet 1994 is bij het uitoefenen van deze bevoegdheden van toepassing.
a. de afdoening en ondertekening van beleidsregels;
b. de afdoening en ondertekening van circulaires die een verzoek, gericht tot een groep van personen of instanties buiten de overheid, om medewerking of inlichtingen bevatten;
c. de afdoening en ondertekening van stukken: 1. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
2. gericht aan de Nationale Ombudsman;
3. gericht aan de Raad van Toezicht;
4. gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat;
5. gericht aan de Ondernemingsraad;
6. gericht aan het Georganiseerd Overleg;
7. gericht aan de Stichting Centraal Overleg Bedrijfsleven / RDW;
8. inzake beslissingen op bezwaar op grond van de Algemene wet bestuursrecht in personele aangelegenheden;
1. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
2. gericht aan de Nationale Ombudsman;
3. gericht aan de Raad van Toezicht;
4. gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat;
5. gericht aan de Ondernemingsraad;
6. gericht aan het Georganiseerd Overleg;
7. gericht aan de Stichting Centraal Overleg Bedrijfsleven / RDW;
8. inzake beslissingen op bezwaar op grond van de Algemene wet bestuursrecht in personele aangelegenheden;
d. het aangaan van (internationale) samenwerkingsverbanden;
e. het sluiten van bestuurlijke overeenkomsten;
f. het voeren van politiek overleg.
2. Het reglement als bedoeld in artikel 4n van de Wegenverkeerswet 1994 is bij het uitoefenen van deze bevoegdheden van toepassing.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019715
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl