BWBR0019827
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 13
Besluit inrichting landelijk gebied
1. Gronden die deel uitmaken van een onderzoeksgeval als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembeschermingzijn niet uitruilbaar.
2. Gronden die deel uitmaken van een geval van verontreiniging als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembeschermingzijn niet uitruilbaar, indien de LAC-signaalwaarden worden overschreden.
3. Gronden die deel uitmaken van een geval van ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembeschermingzijn niet uitruilbaar, tenzij het bevoegd gezag op grond van de Wet bodembeschermingheeft vastgesteld dat
a. het geval van ernstige verontreiniging op grond van artikel 38, eerste lid, van de Wet bodembescherming voldoende is gesaneerd en geen LAC-signaalwaarden worden overschreden; of
b. er met betrekking tot het geval van ernstige verontreiniging op grond van artikel 38, derde lid, van de Wet bodembescherming voldoende maatregelen zijn genomen en geen LAC-signaalwaarden worden overschreden.
2. Gronden die deel uitmaken van een geval van verontreiniging als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembeschermingzijn niet uitruilbaar, indien de LAC-signaalwaarden worden overschreden.
3. Gronden die deel uitmaken van een geval van ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembeschermingzijn niet uitruilbaar, tenzij het bevoegd gezag op grond van de Wet bodembeschermingheeft vastgesteld dat
a. het geval van ernstige verontreiniging op grond van artikel 38, eerste lid, van de Wet bodembescherming voldoende is gesaneerd en geen LAC-signaalwaarden worden overschreden; of
b. er met betrekking tot het geval van ernstige verontreiniging op grond van artikel 38, derde lid, van de Wet bodembescherming voldoende maatregelen zijn genomen en geen LAC-signaalwaarden worden overschreden.