BWBR0020024
Geldig vanaf 01-10-2006
Artikel 3
Tijdelijke regeling tegemoetkoming Anw-ers
1. Degene, die een nabestaandenuitkering als bedoeld in artikel 14 van de Algemene nabestaandenwet ontvangt, heeft recht op een:
a. eenmalige bruto-tegemoetkoming van € 96,60 die wordt uitbetaald in oktober 2006;
b. bruto-tegemoetkoming van € 9,66 per kalendermaand vanaf november 2006.
2. Degene, die een halfwezenuitkering als bedoeld in artikel 22 van de Algemene nabestaandenwet ontvangt en geen nabestaandenuitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid heeft recht op een:
a. eenmalige bruto-tegemoetkoming van € 96,60 die wordt uitbetaald in oktober 2006;
b. bruto-tegemoetkoming van € 9,66 per kalendermaand vanaf november 2006.
3. Degene, die een wezenuitkering als bedoeld in artikel 26 van de Algemene nabestaandenwet ontvangt, heeft recht op een:
a. eenmalige bruto-tegemoetkoming van € 96,60 die wordt uitbetaald in oktober 2006;
b. bruto-tegemoetkoming van € 9,66 per kalendermaand vanaf november 2006.
4. Geen recht op een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid bestaat voor een ongehuwde pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die recht heeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 33b van die wet.
5. De betaling van de tegemoetkoming geschiedt tezamen met de betaling van de uitkeringen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.
6. De bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, onderdeel b, worden jaarlijks aangepast overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
7. De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag.
8. De tegemoetkomingen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden niet beschouwd als nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering als bedoeld in de Algemene nabestaandenwet onderscheidenlijk inkomen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet.
a. eenmalige bruto-tegemoetkoming van € 96,60 die wordt uitbetaald in oktober 2006;
b. bruto-tegemoetkoming van € 9,66 per kalendermaand vanaf november 2006.
2. Degene, die een halfwezenuitkering als bedoeld in artikel 22 van de Algemene nabestaandenwet ontvangt en geen nabestaandenuitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid heeft recht op een:
a. eenmalige bruto-tegemoetkoming van € 96,60 die wordt uitbetaald in oktober 2006;
b. bruto-tegemoetkoming van € 9,66 per kalendermaand vanaf november 2006.
3. Degene, die een wezenuitkering als bedoeld in artikel 26 van de Algemene nabestaandenwet ontvangt, heeft recht op een:
a. eenmalige bruto-tegemoetkoming van € 96,60 die wordt uitbetaald in oktober 2006;
b. bruto-tegemoetkoming van € 9,66 per kalendermaand vanaf november 2006.
4. Geen recht op een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid bestaat voor een ongehuwde pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die recht heeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 33b van die wet.
5. De betaling van de tegemoetkoming geschiedt tezamen met de betaling van de uitkeringen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.
6. De bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, onderdeel b, worden jaarlijks aangepast overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
7. De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag.
8. De tegemoetkomingen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden niet beschouwd als nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering als bedoeld in de Algemene nabestaandenwet onderscheidenlijk inkomen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020024
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl