BWBR0020423
Geldig vanaf 01-01-2008
Artikel 5
Verordening bevoegdheden organen en secretariaat Productschap Vis 2006
1. Het dagelijks bestuur is, namens het bestuur, bevoegd om te beslissen over de bestemming van de middelen, bedoeld in:
a. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor de aanvoersector 2007;
b. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor promotie 2007;
c. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor de mosselsector 2007;
d. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor de groothandelssector 2007;
e. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor de detailhandel 2007.
2. Bij de bestemming van de middelen, bedoeld in het vorige lid, dient te allen tijde voldaan te worden aan de voorwaarden gesteld in de Europese en nationale regelingen met betrekking tot steun- en subsidieverlening.
3. In afwijking van artikel 3, vijfde lid, wordt door de secretaris van een commissie de schriftelijke mededeling van adviezen ten aanzien van de besteding van de middelen aan het dagelijks bestuur gedaan. Ook deze mededeling is te allen tijden voorzien van een schriftelijke motivatie.
4. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur door de secretaris of door de secretaris van de desbetreffende commissie middels een schriftelijke ronde onder de leden gevraagd worden omtrent een specifiek onderwerp te adviseren of in te stemmen binnen de gestelde redelijke termijn. Indien geen reactie wordt gegeven voor het verstrijken van de gestelde termijn, wordt het desbetreffende lid geacht instemming of positief advies te hebben verleend.
a. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor de aanvoersector 2007;
b. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor promotie 2007;
c. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor de mosselsector 2007;
d. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor de groothandelssector 2007;
e. artikel 4 van de Verordening instelling van een fonds voor de detailhandel 2007.
2. Bij de bestemming van de middelen, bedoeld in het vorige lid, dient te allen tijde voldaan te worden aan de voorwaarden gesteld in de Europese en nationale regelingen met betrekking tot steun- en subsidieverlening.
3. In afwijking van artikel 3, vijfde lid, wordt door de secretaris van een commissie de schriftelijke mededeling van adviezen ten aanzien van de besteding van de middelen aan het dagelijks bestuur gedaan. Ook deze mededeling is te allen tijden voorzien van een schriftelijke motivatie.
4. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur door de secretaris of door de secretaris van de desbetreffende commissie middels een schriftelijke ronde onder de leden gevraagd worden omtrent een specifiek onderwerp te adviseren of in te stemmen binnen de gestelde redelijke termijn. Indien geen reactie wordt gegeven voor het verstrijken van de gestelde termijn, wordt het desbetreffende lid geacht instemming of positief advies te hebben verleend.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020423
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl