BWBR0020488
Geldig vanaf 23-11-2006
Artikel 3
Regeling in mindering brengen uitkeringen
1. Het bevoegd gezag ontvangt jaarlijks uiterlijk in februari een overzicht van de bedragen die in het voorafgaande jaar op grond van artikel 2 in mindering zijn gebracht.
2. Uiterlijk 1 juli van elk jaar zendt het bevoegd gezag gelijktijdig met de jaarrekening, bedoeld in de artikelen 171 WPO respectievelijk 157 WEC, een door de accountant gewaarmerkte opgave van de ontvangen uitkeringen over de periode van 1 december voorafgaand aan het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft tot en met 30 november van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
3. Indien het totale bedrag van de opgave, bedoeld in het tweede lid, afwijkt van het totaal van de op grond van artikel 2 in mindering gebrachte bedragen over de periode, bedoeld in het tweede lid, wordt het verschil alsnog verrekend met de bekostiging, bedoeld in artikel 137 van de WPO respectievelijk 131 van de WEC.
2. Uiterlijk 1 juli van elk jaar zendt het bevoegd gezag gelijktijdig met de jaarrekening, bedoeld in de artikelen 171 WPO respectievelijk 157 WEC, een door de accountant gewaarmerkte opgave van de ontvangen uitkeringen over de periode van 1 december voorafgaand aan het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft tot en met 30 november van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
3. Indien het totale bedrag van de opgave, bedoeld in het tweede lid, afwijkt van het totaal van de op grond van artikel 2 in mindering gebrachte bedragen over de periode, bedoeld in het tweede lid, wordt het verschil alsnog verrekend met de bekostiging, bedoeld in artikel 137 van de WPO respectievelijk 131 van de WEC.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020488
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl