BWBR0020748 Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 28
Wet inrichting landelijk gebied
Het inrichtingsplan voorziet in voorkomend geval in:
a. de toewijzing van eigendom van: 1°. wegen of waterlopen met de daartoe behorende kunstwerken;
2°. gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en van elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische, aardkundige of natuurwetenschappelijke waarde;
3°. andere voorzieningen van openbaar nut; en
1°. wegen of waterlopen met de daartoe behorende kunstwerken;
2°. gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en van elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische, aardkundige of natuurwetenschappelijke waarde;
3°. andere voorzieningen van openbaar nut; en
b. de toewijzing en regeling van het beheer en onderhoud van wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken.
a. de toewijzing van eigendom van: 1°. wegen of waterlopen met de daartoe behorende kunstwerken;
2°. gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en van elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische, aardkundige of natuurwetenschappelijke waarde;
3°. andere voorzieningen van openbaar nut; en
1°. wegen of waterlopen met de daartoe behorende kunstwerken;
2°. gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en van elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische, aardkundige of natuurwetenschappelijke waarde;
3°. andere voorzieningen van openbaar nut; en
b. de toewijzing en regeling van het beheer en onderhoud van wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken.
- Citeren als
- Art. 28
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020748
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl