BWBR0020892
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 15
Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. Per geboden keuzemogelijkheid als bedoeld in artikel 60, 61, 61aof 62 van de Pensioenwetdan wel artikel 72, 73, 73a, of 74 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt door de pensioenuitvoerder voor een door hem te bepalen periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde ruilvoet of opbouwkeuzevoet vastgesteld.
2. De ruilvoet en opbouwkeuzevoet worden zodanig vastgesteld dat sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid als bedoeld in de artikelen 60, vijfde lid, 61, vierde lid, en 62, eerste lid, van de Pensioenwetdan wel artikel 72, vijfde lid, 73, vierde liden 74, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
3. In afwijking van het eerste lid kan aan een gewezen deelnemer de ruilvoet worden toegekend, die geldt op de dag van beëindiging van de deelneming.
2. De ruilvoet en opbouwkeuzevoet worden zodanig vastgesteld dat sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid als bedoeld in de artikelen 60, vijfde lid, 61, vierde lid, en 62, eerste lid, van de Pensioenwetdan wel artikel 72, vijfde lid, 73, vierde liden 74, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
3. In afwijking van het eerste lid kan aan een gewezen deelnemer de ruilvoet worden toegekend, die geldt op de dag van beëindiging van de deelneming.