BWBR0020967
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 14
Verordening varkensleveringen (PVV) 2006
1. In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover:
a. vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, F-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland;
b. mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C- bedrijf, F-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte;
c. het biggen betreft afkomstig van het F-bedrijf waar het B-bedrijf aan heeft geleverd;
d. de aan te voeren varkens een gewicht hebben van ten minste 25 kg per dier, en
e. de periode tussen het aanvoeren van varkens ten minste zes weken bedraagt.
2. In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van vier maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven.,
3. Indien de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert varkens vervoert, doet vervoeren, afvoert of doet afvoeren naar een D-bedrijf waarop in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van afvoer van het B-bedrijf op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is deze levering in afwijking van artikel 10 toegestaan, zonder dat deze levering wordt begrepen in de op grond van het tweede lid toegestane leveringen.
4. De ondernemer die een B-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander aanvoeradres kiezen ter vervanging van het aanvoeradres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk b.
5. Het afvoeren van varkens van een B-bedrijf overeenkomstig het tweede of derde lid is slechts toegestaan voor op het B-bedrijf geboren varkens met een gewicht van ten hoogste 35 kg.
6. In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover varkens worden afgevoerd naar één F-bedrijf, waarbij niet meer naar een ander varkensbedrijf kan worden afgevoerd.
a. vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, F-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland;
b. mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C- bedrijf, F-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte;
c. het biggen betreft afkomstig van het F-bedrijf waar het B-bedrijf aan heeft geleverd;
d. de aan te voeren varkens een gewicht hebben van ten minste 25 kg per dier, en
e. de periode tussen het aanvoeren van varkens ten minste zes weken bedraagt.
2. In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van vier maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven.,
3. Indien de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert varkens vervoert, doet vervoeren, afvoert of doet afvoeren naar een D-bedrijf waarop in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van afvoer van het B-bedrijf op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is deze levering in afwijking van artikel 10 toegestaan, zonder dat deze levering wordt begrepen in de op grond van het tweede lid toegestane leveringen.
4. De ondernemer die een B-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander aanvoeradres kiezen ter vervanging van het aanvoeradres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk b.
5. Het afvoeren van varkens van een B-bedrijf overeenkomstig het tweede of derde lid is slechts toegestaan voor op het B-bedrijf geboren varkens met een gewicht van ten hoogste 35 kg.
6. In afwijking van artikel 10 is het de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover varkens worden afgevoerd naar één F-bedrijf, waarbij niet meer naar een ander varkensbedrijf kan worden afgevoerd.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020967
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl