BWBR0020993
Geldig vanaf 01-06-2005
Artikel 5
Nieuwe Regeling Basissubsidies
1. Een basissubsidie kan slechts worden toegekend voor zover het inkomen van de aanvrager, exclusief een uitkering op grond van de Algemene Bijstandswet, daaronder ook een Wik uitkering begrepen of een verstrekking op basis van een eerder toegekende basissubsidie, in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin het basissubsidie wordt toegekend gelijk zal zijn aan of lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag.
2. Het in het eerste lid van dit artikel bepaalde wordt getoetst aan de hand van de aangiftebiljetten inkomstenbelastingen van de twee voorafgaande kalenderjaren. Indien dit niet mogelijk is dient de aanvrager op een andere, door het bestuur goed te keuren wijze, inzicht te verschaffen in zijn/haar financiële omstandigheden.
3. Indien het inkomen van de twee voorafgaande kalenderjaren hoger is dan het in het eerste lid van dit artikel bepaalde zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen tenzij sprake is van van tevoren voorziene tijdelijke omstandigheden.
4. Indien het inkomen van de aanvrager in de jaren, zoals bedoeld in artikel 5 lid 5 lid 3 door van tevoren voorziene omstandigheden hoger is dan het in artikel 5 eerste lid bepaalde zal het in het eerste lid bepaalde getoetst worden aan de hand van de aangiftebiljetten inkomstenbelasting over het jaar van toekenning en het daaropvolgende jaar. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het daar opvolgende jaar te geschieden.
5. De hoogte van de component kosten van levensonderhoud van het basisstipendium wordt door het bestuur vastgesteld.
6. De hoogte van de productiesubsidie wordt door het bestuur vastgesteld.
7. De hoogte van de component productiesubsidie van een basisstipendium wordt door het bestuur vastgesteld.
8. Onder inkomen, als bedoeld in deze regeling, wordt verstaan het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet Ib 2001.
2. Het in het eerste lid van dit artikel bepaalde wordt getoetst aan de hand van de aangiftebiljetten inkomstenbelastingen van de twee voorafgaande kalenderjaren. Indien dit niet mogelijk is dient de aanvrager op een andere, door het bestuur goed te keuren wijze, inzicht te verschaffen in zijn/haar financiële omstandigheden.
3. Indien het inkomen van de twee voorafgaande kalenderjaren hoger is dan het in het eerste lid van dit artikel bepaalde zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen tenzij sprake is van van tevoren voorziene tijdelijke omstandigheden.
4. Indien het inkomen van de aanvrager in de jaren, zoals bedoeld in artikel 5 lid 5 lid 3 door van tevoren voorziene omstandigheden hoger is dan het in artikel 5 eerste lid bepaalde zal het in het eerste lid bepaalde getoetst worden aan de hand van de aangiftebiljetten inkomstenbelasting over het jaar van toekenning en het daaropvolgende jaar. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het daar opvolgende jaar te geschieden.
5. De hoogte van de component kosten van levensonderhoud van het basisstipendium wordt door het bestuur vastgesteld.
6. De hoogte van de productiesubsidie wordt door het bestuur vastgesteld.
7. De hoogte van de component productiesubsidie van een basisstipendium wordt door het bestuur vastgesteld.
8. Onder inkomen, als bedoeld in deze regeling, wordt verstaan het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet Ib 2001.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020993
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl