BWBR0021004
Geldig vanaf 06-01-2007
Artikel 4
Verordening heffing bloemen en planten 2005
1. Voor het begrotingstijdvak bedraagt de heffing € 0,50 per € 454,– ingekochte bloemkwekerijproducten tot een maximumbedrag welke is gerelateerd aan de totale betaalde heffing per onderneming.
2. Per onderneming bedraagt het maximumbedrag van de heffing:
€ 22.700 bij een betaalde heffing van € 22.700 tot € 56.700;
€ 34.100 bij een betaalde heffing van € 56.700 tot € 113.400;
€ 45.400 bij een betaalde heffing van € 113.400 en hoger.
3. Iedere ondernemer die over het begrotingstijdvak een heffing van meer dan respectievelijk € 22.700 dan wel € 56.700 dan wel € 113.400 per onderneming heeft betaald, ontvangt van het hoofdbedrijfschap restitutie van datgene waarmee het in lid 2 genoemde maximumbedrag wordt overschreden.
4. De restitutie wordt verleend op schriftelijk verzoek van de ondernemer. Verzoeker stelt het hoofdbedrijfschap in het bezit van een schriftelijke opgave van de volledige en juiste gegevens, waaruit blijkt welk bedrag aan heffing is betaald.
5. De in lid 4 genoemde schriftelijke bescheiden worden binnen 3 maanden na afloop van het begrotingstijdvak aan het hoofdbedrijfschap toegezonden. Op schriftelijk verzoek van de ondernemer kan eenmaal uitstel worden verleend.
6. Indien de ondernemer daarvoor in aanmerking komt wordt binnen 1 maand na ontvangst van het verzoek tot restitutie over gegaan.
7. Het in het tweede lid bepaalde maximum wordt, op verzoek, toegepast op een aantal ondernemingen gezamenlijk, voor zover zij onderdeel uitmaken van een concern.
2. Per onderneming bedraagt het maximumbedrag van de heffing:
€ 22.700 bij een betaalde heffing van € 22.700 tot € 56.700;
€ 34.100 bij een betaalde heffing van € 56.700 tot € 113.400;
€ 45.400 bij een betaalde heffing van € 113.400 en hoger.
3. Iedere ondernemer die over het begrotingstijdvak een heffing van meer dan respectievelijk € 22.700 dan wel € 56.700 dan wel € 113.400 per onderneming heeft betaald, ontvangt van het hoofdbedrijfschap restitutie van datgene waarmee het in lid 2 genoemde maximumbedrag wordt overschreden.
4. De restitutie wordt verleend op schriftelijk verzoek van de ondernemer. Verzoeker stelt het hoofdbedrijfschap in het bezit van een schriftelijke opgave van de volledige en juiste gegevens, waaruit blijkt welk bedrag aan heffing is betaald.
5. De in lid 4 genoemde schriftelijke bescheiden worden binnen 3 maanden na afloop van het begrotingstijdvak aan het hoofdbedrijfschap toegezonden. Op schriftelijk verzoek van de ondernemer kan eenmaal uitstel worden verleend.
6. Indien de ondernemer daarvoor in aanmerking komt wordt binnen 1 maand na ontvangst van het verzoek tot restitutie over gegaan.
7. Het in het tweede lid bepaalde maximum wordt, op verzoek, toegepast op een aantal ondernemingen gezamenlijk, voor zover zij onderdeel uitmaken van een concern.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021004
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl