BWBR0021026
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 5
Algemene heffingsverordening bloemen en planten 2004
1. Voor het begrotingstijdvak van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 bedraagt de heffing vijftig eurocenten per € 454,00 ingekochte bloemkwekerijproducten tot een maximumbedrag welke is gerelateerd aan de totaal betaalde heffing per onderneming.
2. Per ondernemer bedraagt het maximumbedrag van de heffing:
€ 22.700 bij een betaalde heffing van € 22.700 tot € 56.700
€ 34.100 bij een betaalde heffing van € 56.700 tot € 113.400
€ 45.400 bij een betaalde heffing van € 113.400 en hoger.
3. Iedere ondernemer die over het begrotingstijdvak een heffing van meer dan respectievelijk € 22.700 dan wel € 56.700 dan wel € 113.400 per onderneming heeft betaald, ontvangt van het HBAG restitutie van datgene waarmee het in lid 2 genoemde maximumbedrag wordt overschreden.
4. De restitutie kan slechts worden verleend op schriftelijk verzoek van de ondernemer die daarbij tegelijkertijd het HBAG in het bezit stelt van een schriftelijke opgave van de volledige en juiste gegevens, waaruit blijkt welk bedrag aan heffing is betaald.
5. De in lid 4 genoemde schriftelijke bescheiden dienen binnen 3 maanden na afloop van het begrotingstijdvak aan het HBAG te worden toegezonden. Op schriftelijk verzoek van de ondernemer kan éénmaal uitstel worden verleend. Uiterlijk binnen 1 maand na ontvangst daarvan zal het HBAG tot restitutie overgaan, mits na akkoordbevinding van de gegevens van de ondernemer.
6. Voor ondernemingen die onderdeel uitmaken van een concern kan een afwijkend maximumbedrag door het bestuur worden vastgesteld.
2. Per ondernemer bedraagt het maximumbedrag van de heffing:
€ 22.700 bij een betaalde heffing van € 22.700 tot € 56.700
€ 34.100 bij een betaalde heffing van € 56.700 tot € 113.400
€ 45.400 bij een betaalde heffing van € 113.400 en hoger.
3. Iedere ondernemer die over het begrotingstijdvak een heffing van meer dan respectievelijk € 22.700 dan wel € 56.700 dan wel € 113.400 per onderneming heeft betaald, ontvangt van het HBAG restitutie van datgene waarmee het in lid 2 genoemde maximumbedrag wordt overschreden.
4. De restitutie kan slechts worden verleend op schriftelijk verzoek van de ondernemer die daarbij tegelijkertijd het HBAG in het bezit stelt van een schriftelijke opgave van de volledige en juiste gegevens, waaruit blijkt welk bedrag aan heffing is betaald.
5. De in lid 4 genoemde schriftelijke bescheiden dienen binnen 3 maanden na afloop van het begrotingstijdvak aan het HBAG te worden toegezonden. Op schriftelijk verzoek van de ondernemer kan éénmaal uitstel worden verleend. Uiterlijk binnen 1 maand na ontvangst daarvan zal het HBAG tot restitutie overgaan, mits na akkoordbevinding van de gegevens van de ondernemer.
6. Voor ondernemingen die onderdeel uitmaken van een concern kan een afwijkend maximumbedrag door het bestuur worden vastgesteld.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0021026
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl