BWBR0022351
Geldig vanaf 01-08-2007
Artikel 5
Regeling ‘administratie en declaratievoorschriften ontwikkeling zorgproducten’
1. Algemene declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van zowel de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ als de prestatie ‘innovatie’:
1.1. De zorgaanbieder of hoofddeclarant dient op de declaratie onderscheid te maken tussen verzekerde zorg onder de zorgverzekering, de aanvullende verzekering en de AWBZ.
De zorgaanbieder of hoofddeclarant, mag geen verrichte prestatie met de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ en de prestatie ‘innovatie’ declareren die op andere wijze is of wordt gedeclareerd.
2. Declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’:
2.1.
a. De hoofddeclarant van de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ declareert aan een ziektekostenverzekeraar met wie een overeenkomst is gesloten.
b. De hoofddeclarant van de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ declareert aan een ziektekostenverzekeraar met wie een overeenkomst is gesloten.
2.2. De hoofddeclarant declareert bij de ziektekostenverzekeraar één keer per kwartaal, per verzekerde:
• óf de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’
• óf de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’
Hierbij declareert de hoofddeclarant alleen voor die verzekerden de module, die ingeschreven staan bij de huisarts(en) die onderdeel uitmaakt van het structurele multidisciplinaire samenwerkingsverband waarvoor de hoofddeclarant declareert.
2.3. De hoofddeclarant declareert
2.3.1. de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11600
2.3.2. de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11601.
3. Declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van de prestatie ‘innovatie’:
3.1. De zorgaanbieder declareert uitsluitend de prestatie ‘innovatie’ aan:
a. een ziektekostenverzekeraar met wie daartoe een rechtsgeldige overeenkomst is gesloten
b. óf aan een verzekerde die een daartoe strekkende verzekeringsovereenkomst heeft gesloten bij die ziektekostenverzekeraar.
3.2. De zorgaanbieder declareert uitsluitend onder de prestatie ‘innovatie’ zorg of diensten als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten indien
3.2.1. deze deel uitmaken van een zorgketen die ook zorg of diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet bevat of handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2, van de Wet marktordening gezondheidszorg.
3.3. De afbakening in 3.2.1 geldt niet in geval van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als bedoeld in artikel 2.5.9 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet en zorg als bedoeld in artikel 4.3 van het Besluit zorgverzekering.
3.4. De zorgaanbieder declareert de prestatie ‘innovatie’ aan de hand van codes zoals is op te vragen bij Vektis: www.vektis.nl
1.1. De zorgaanbieder of hoofddeclarant dient op de declaratie onderscheid te maken tussen verzekerde zorg onder de zorgverzekering, de aanvullende verzekering en de AWBZ.
De zorgaanbieder of hoofddeclarant, mag geen verrichte prestatie met de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ en de prestatie ‘innovatie’ declareren die op andere wijze is of wordt gedeclareerd.
2. Declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’:
2.1.
a. De hoofddeclarant van de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ declareert aan een ziektekostenverzekeraar met wie een overeenkomst is gesloten.
b. De hoofddeclarant van de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ declareert aan een ziektekostenverzekeraar met wie een overeenkomst is gesloten.
2.2. De hoofddeclarant declareert bij de ziektekostenverzekeraar één keer per kwartaal, per verzekerde:
• óf de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’
• óf de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’
Hierbij declareert de hoofddeclarant alleen voor die verzekerden de module, die ingeschreven staan bij de huisarts(en) die onderdeel uitmaakt van het structurele multidisciplinaire samenwerkingsverband waarvoor de hoofddeclarant declareert.
2.3. De hoofddeclarant declareert
2.3.1. de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11600
2.3.2. de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11601.
3. Declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van de prestatie ‘innovatie’:
3.1. De zorgaanbieder declareert uitsluitend de prestatie ‘innovatie’ aan:
a. een ziektekostenverzekeraar met wie daartoe een rechtsgeldige overeenkomst is gesloten
b. óf aan een verzekerde die een daartoe strekkende verzekeringsovereenkomst heeft gesloten bij die ziektekostenverzekeraar.
3.2. De zorgaanbieder declareert uitsluitend onder de prestatie ‘innovatie’ zorg of diensten als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten indien
3.2.1. deze deel uitmaken van een zorgketen die ook zorg of diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet bevat of handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2, van de Wet marktordening gezondheidszorg.
3.3. De afbakening in 3.2.1 geldt niet in geval van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als bedoeld in artikel 2.5.9 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet en zorg als bedoeld in artikel 4.3 van het Besluit zorgverzekering.
3.4. De zorgaanbieder declareert de prestatie ‘innovatie’ aan de hand van codes zoals is op te vragen bij Vektis: www.vektis.nl
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022351
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl