BWBR0022480
Geldig vanaf 26-08-2007
Artikel 5
Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector (PPE) 2007
1. Broedeieren worden ingelegd volgens de indeling zoals opgenomen in Bijlage V, teneinde kruisbesmetting met Salmonella te voorkomen.
2. De kuikenbroederij die alleen wordt gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdierlegrassen of eendagskuikens-leghennen voldoet aan de volgende inrichtingseisen:
a. de broedeierenstroom loopt in één richting;
b. de stroomrichting van de lucht, de kuikens, het bedrijfsafval en het destructiemateriaal mag niet tegengesteld zijn aan de stroomrichting van de broedeieren;
c. de ventilatiesystemen van de voorbroed- en uitkomstlokalen zijn zodanig van elkaar gescheiden dat geen lucht van de uitkomstlokalen in de voorbroedlokalen kan komen;
d. er mag geen onderdruk in de voorbroedlokalen ten opzichte van de uitkomstlokalen ontstaan;
e. de uitlaat- en inlaatopeningen zijn zo ver van elkaar verwijderd dat in de voorbroedlokalen geen instroom van lucht van het uitkomst- en kuikenlokaal kan plaatsvinden;
f. de aan- en afvoer van broedeieren, de afvoer van eendagskuikens en de afvoer van destructiemateriaal gebeuren fysiek van elkaar gescheiden.
3. De ondernemer die de kuikenbroederij slechts gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdierlegrassen of eendagskuikens-leghennen stelt een reinigings- en ontsmettingsplan op.
4. Indien met het onderzoek als bedoeld in artikel 3 wordt aangetoond dat de eendagskuikens-moederdierlegrassen of eendagskuikens-leghennen besmet zijn met Salmonella enteritidis, Salmonella typhimurium Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow reinigt en ontsmet de ondernemer de kuikenbroederij overeenkomstig het in het derde lid bedoelde plan.
2. De kuikenbroederij die alleen wordt gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdierlegrassen of eendagskuikens-leghennen voldoet aan de volgende inrichtingseisen:
a. de broedeierenstroom loopt in één richting;
b. de stroomrichting van de lucht, de kuikens, het bedrijfsafval en het destructiemateriaal mag niet tegengesteld zijn aan de stroomrichting van de broedeieren;
c. de ventilatiesystemen van de voorbroed- en uitkomstlokalen zijn zodanig van elkaar gescheiden dat geen lucht van de uitkomstlokalen in de voorbroedlokalen kan komen;
d. er mag geen onderdruk in de voorbroedlokalen ten opzichte van de uitkomstlokalen ontstaan;
e. de uitlaat- en inlaatopeningen zijn zo ver van elkaar verwijderd dat in de voorbroedlokalen geen instroom van lucht van het uitkomst- en kuikenlokaal kan plaatsvinden;
f. de aan- en afvoer van broedeieren, de afvoer van eendagskuikens en de afvoer van destructiemateriaal gebeuren fysiek van elkaar gescheiden.
3. De ondernemer die de kuikenbroederij slechts gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdierlegrassen of eendagskuikens-leghennen stelt een reinigings- en ontsmettingsplan op.
4. Indien met het onderzoek als bedoeld in artikel 3 wordt aangetoond dat de eendagskuikens-moederdierlegrassen of eendagskuikens-leghennen besmet zijn met Salmonella enteritidis, Salmonella typhimurium Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow reinigt en ontsmet de ondernemer de kuikenbroederij overeenkomstig het in het derde lid bedoelde plan.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022480
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl