BWBR0022587
Geldig vanaf 01-01-2009
Artikel 4
Hygiënebesluit opfokleghennenbedrijven (PPE) 2007
1. Voorafgaand aan het overplaatsen van een koppel opfokleghennen worden van tenminste 0,5% van dat koppel door of namens GD bloedmonsters genomen, met een minimum van 24 monsters en een maximum van 60 monsters. De analyse van de bloedmonsters wordt uitgevoerd door GD overeenkomstig Bijlage II onderdeel D.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen van een koppel opf okleghennen door of namens de ondernemer mestmonsters worden genomen overeenkomstig Bijlage II onderdeel A.l.
3. Het in het eerste of tweede lid bedoelde onderzoek vindt plaats maximaal 14 dagen voordat het koppel, al dan niet binnen één bedrijf, wordt overgeplaatst.
4. Indien uit het onderzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid blijkt dat een monster is besmet met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium, wordt dit door de ondernemer onverwijld aan GD gemeld. GD voert vervolgens in opdracht van de voorzitter een verificatieonderzoek uit overeenkomstig Bijlage II onderdelen A.2 en C.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen van een koppel opf okleghennen door of namens de ondernemer mestmonsters worden genomen overeenkomstig Bijlage II onderdeel A.l.
3. Het in het eerste of tweede lid bedoelde onderzoek vindt plaats maximaal 14 dagen voordat het koppel, al dan niet binnen één bedrijf, wordt overgeplaatst.
4. Indien uit het onderzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid blijkt dat een monster is besmet met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium, wordt dit door de ondernemer onverwijld aan GD gemeld. GD voert vervolgens in opdracht van de voorzitter een verificatieonderzoek uit overeenkomstig Bijlage II onderdelen A.2 en C.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022587
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl