1. Indien de door een lid verschuldigde contributie voor de contributiegroepen A, B of C, na toepassing van artikel 6a, meer bedraagt dan een jaarlijks door de ledenvergadering bij verordening op voorstel van het bestuur vast te stellen percentage van zijn arbeidsinkomen, wordt op zijn verzoek de contributie verminderd tot dit bedrag, met dien verstande dat geen verdere vermindering plaatsvindt dan tot het bedrag, verschuldigd door de leden bedoeld in artikel 1, lid 1 onder D.
2. Onder arbeidsinkomen wordt verstaan de totale geldelijke vergoeding voor door het lid verrichte arbeid van welke aard dan ook, ontvangen in het kalenderjaar, waarin het boekjaar waarvoor de contributie geldt, is aangevangen. Indien het arbeidsinkomen is verworven in de uitoefening van meer dan één beroep of functie, hetzij tegelijkertijd, hetzij opeenvolgend, geldt als arbeidsinkomen het totaal van de in die beroepen of functies ontvangen vergoedingen. Indien de arbeid is verricht in loondienst, geldt als geldelijke vergoeding het ontvangen loon voor loonbelasting en wettelijk verplichte bijdragen. Indien de arbeid is verricht als zelfstandig beroepsbeoefenaar in het kader van een eenmanszaak, een maatschap, vennootschap onder firma, besloten of naamloze vennootschap of andere rechtspersoon, waarvan het betrokken lid eigenaar, mede-eigenaar, partner of vennoot is, geldt als geldelijke vergoeding naast een eventueel toegekende vaste beloning tevens het resultaat, c.q. het aandeel in het resultaat van de eenmanszaak, maatschap, vof, bv, nv, maatschap of andere rechtspersoon voor aftrek van belastingen en wettelijke verplichte bijdragen. Indien het loon op het aandeel in het resultaat voor een deel of geheel niet in geld wordt uitbetaald maar in waardepapieren, wordt de waarde daarvan op het moment van uitbetaling ook bij het arbeidsinkomen geteld.
3. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan slechts leiden tot vermindering berekend over het totale boekjaar, indien dit voor het begin van het boekjaar waarvoor de vermindering wordt gevraagd schriftelijk en gemotiveerd bij het bestuur is ingediend, onder opgave van een schatting van het bedoelde arbeidsinkomen. Indien het verzoek niet voor aanvang van het boekjaar wordt ingediend, maar tijdens het boekjaar, kan vermindering van de contributiebetaling worden verleend naar evenredigheid van het aantal volle maanden van het boekjaar dat resteert na de indiening van het verzoek. Wordt het verzoek na het einde van het boekjaar ingediend, dan kan geen vermindering van de contributiebetaling worden verleend.
4. Na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt hierop, indien het verzoek gegrond wordt bevonden, voorlopige vermindering vastgesteld. Leden dienen vervolgens vóór 1 mei van het boekjaar volgend op het boekjaar waarvoor vermindering wordt gevraagd onder overlegging van bewijsstukken de juistheid van het geschatte arbeidsinkomen aan te tonen. Het bestuur kan bepalen dat nog nadere gegevens dienen te worden verstrekt. Op basis van de overgelegde bewijsstukken zal de definitieve vermindering worden vastgesteld.
5. Indien de definitieve vaststelling uitwijst dat te veel vermindering is ontvangen, is het lid verplicht aanvullende contributie te voldoen.
6. Indien de definitieve vaststelling uitwijst dat ten onrechte vermindering is toegewezen, is het lid verplicht de volledige contributie te voldoen. Hetzelfde geldt voor leden die na een verzoek als bedoeld in het eerste lid, nalaten dan wel te laat de juistheid van hun arbeidsinkomen aantonen.
7. Indien de definitieve vaststelling uitwijst dat te weinig vermindering is ontvangen, zal, indien de contributie reeds door het lid is voldaan op basis van de voorlopige vaststelling, het te veel betaalde worden gerestitueerd.