BWBR0022679
Geldig vanaf 06-08-2010
Artikel 3
Algemene Contributieverordening
1. Bij de aanvang van ieder boekjaar stelt het bestuur vast tot welke contributiegroep als bedoeld in artikel 1, eerste lid, een lid van de NOvAA behoort. Hierbij is bepalend de laatste door het lid zelf aan het bestuur schriftelijk gedane opgave van zijn beroep en/of functie.
2. Indien een lid twee of meer beroepen of functies combineert, geschiedt indeling in de contributiegroep voor dat beroep of die functie, waarvoor de hoogste contributie geldt.
3. Voor hen die in de loop van een boekjaar in het accountantsregister worden ingeschreven, geschiedt de vaststelling van de contributie bij de inschrijving in het register, met inachtneming van de artikelen 4 en 5.
4. Indien in de loop van een boekjaar een wijziging in de aard van de beroepsuitoefening of functie plaatsvindt, wordt het betrokken lid, als voornoemde wijziging dit met zich meebrengt, door het bestuur ingedeeld in een andere contributiegroep, mits de desbetreffende wijziging schriftelijk aan het bestuur is gemeld uiterlijk binnen drie weken nadat deze heeft plaatsgevonden.
5. Bij een wijziging als bedoeld in het vierde lid, vindt de indeling in een andere contributiegroep plaats per eerste van de maand na wijziging in de aard van de beroepsuitoefening of functie. Voor zover nodig wordt restitutie van reeds betaalde contributie verleend.
6. Indien een lid niet binnen de gestelde termijn van drie weken aan het bestuur mededeling heeft gedaan van een wijziging als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur de indeling in een contributiegroep met een lagere contributie pas laten ingaan op de eerste van de maand volgend op ontvangst van bericht van deze wijziging, tenzij bijzondere omstandigheden het doen van een mededeling als hiervoor bedoeld hebben verhinderd, dit ter beoordeling van het bestuur. Indien de wijziging echter tot indeling in een groep met hogere contributie leidt legt het bestuur aan het lid deze hogere contributie op, met terugwerkende kracht tot de eerste van de maand volgend op de maand waarop de wijziging als bedoeld in het vierde lid in werking is getreden.
2. Indien een lid twee of meer beroepen of functies combineert, geschiedt indeling in de contributiegroep voor dat beroep of die functie, waarvoor de hoogste contributie geldt.
3. Voor hen die in de loop van een boekjaar in het accountantsregister worden ingeschreven, geschiedt de vaststelling van de contributie bij de inschrijving in het register, met inachtneming van de artikelen 4 en 5.
4. Indien in de loop van een boekjaar een wijziging in de aard van de beroepsuitoefening of functie plaatsvindt, wordt het betrokken lid, als voornoemde wijziging dit met zich meebrengt, door het bestuur ingedeeld in een andere contributiegroep, mits de desbetreffende wijziging schriftelijk aan het bestuur is gemeld uiterlijk binnen drie weken nadat deze heeft plaatsgevonden.
5. Bij een wijziging als bedoeld in het vierde lid, vindt de indeling in een andere contributiegroep plaats per eerste van de maand na wijziging in de aard van de beroepsuitoefening of functie. Voor zover nodig wordt restitutie van reeds betaalde contributie verleend.
6. Indien een lid niet binnen de gestelde termijn van drie weken aan het bestuur mededeling heeft gedaan van een wijziging als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur de indeling in een contributiegroep met een lagere contributie pas laten ingaan op de eerste van de maand volgend op ontvangst van bericht van deze wijziging, tenzij bijzondere omstandigheden het doen van een mededeling als hiervoor bedoeld hebben verhinderd, dit ter beoordeling van het bestuur. Indien de wijziging echter tot indeling in een groep met hogere contributie leidt legt het bestuur aan het lid deze hogere contributie op, met terugwerkende kracht tot de eerste van de maand volgend op de maand waarop de wijziging als bedoeld in het vierde lid in werking is getreden.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022679
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl