BWBR0022753
Geldig vanaf 14-04-2010
Artikel 18
Algemeen reglement van de Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+
1. Binnen vier maanden na afloop van het subsidietijdvak of project dient de rechtspersoon die subsidie ontvangt een aanvraag tot vaststelling in.
2. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van ten minste de volgende bescheiden:
a. een activiteitenverslag
b. een jaarrekening en
c. een subsidiedeclaratie.
3. Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het project- of beleidsplan voorgenomen activiteiten.
4. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
5. De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie wordt voorts de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.
6. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst en verliesrekening van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo. De Afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de jaarrekening.
7. De jaarrekening en de subsidiedeclaratie zijn ieder afzonderlijk voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
8. De jaarrekening of de subsidiedeclaratie gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig een door het bestuur van het Fonds vast te stellen protocol.
9. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens een door het bestuur van het fonds aan te wijzen accountant in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie.
10. Het zevende en achtste lid zijn niet van toepassing, indien:
a. het totaal van de vierjarige subsidie of meerjarige projectsubsidie met betrekking tot het boekjaar minder bedraagt dan € 125.000;
b. het totaal van een projectsubsidie minder bedraagt dan € 75.000.
11. Het bestuur van het Fonds stelt de subsidie uiterlijk zes maanden na de in het eerste lid bedoelde indieningstermijn vast.
2. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van ten minste de volgende bescheiden:
a. een activiteitenverslag
b. een jaarrekening en
c. een subsidiedeclaratie.
3. Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het activiteitenverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het project- of beleidsplan voorgenomen activiteiten.
4. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
5. De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie wordt voorts de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening toegelicht.
6. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de jaarrekening, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening vervangen wordt door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst en verliesrekening van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo. De Afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de jaarrekening.
7. De jaarrekening en de subsidiedeclaratie zijn ieder afzonderlijk voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
8. De jaarrekening of de subsidiedeclaratie gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig een door het bestuur van het Fonds vast te stellen protocol.
9. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens een door het bestuur van het fonds aan te wijzen accountant in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie.
10. Het zevende en achtste lid zijn niet van toepassing, indien:
a. het totaal van de vierjarige subsidie of meerjarige projectsubsidie met betrekking tot het boekjaar minder bedraagt dan € 125.000;
b. het totaal van een projectsubsidie minder bedraagt dan € 75.000.
11. Het bestuur van het Fonds stelt de subsidie uiterlijk zes maanden na de in het eerste lid bedoelde indieningstermijn vast.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022753
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl