BWBR0023086
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 6a:3
Besluit politiegegevens
In afwijking van artikel 3:1zijn de misdrijven, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°juncto artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wetdie gezien hun aard of samenhang met andere door de betrokkene begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren:
a. de misdrijven bedoeld in de artikelen 324, onderdelen 4° en 5°, en artikel 431 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover de feiten een schade van ten minste USD 14 000 veroorzaakt hebben en betrokkene tevens een misdrijf als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, juncto artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wet heeft begaan;
b. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 246, 253, 256, 256a, 257, 258 en 286f van het Wetboek van Strafrecht BES;
c. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 183, 184, 377 en 379 van het Wetboek van Strafrecht BES en de artikelen 185 en 186 van het Wetboek van Strafrecht BES in verband met de artikelen 187 en 188 van dat wetboek;
d. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 230, 231, 232, 236 en 237 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover de feiten een schade van ten minste USD 28 000 veroorzaakt hebben;
e. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 196a en 203a van het Wetboek van Strafrecht BES;
f. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 3a, eerste lid en 4, eerste lid, onderdelen b, c en d, telkens onder A van de Opiumwet 1960 BES;
g. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 3 en 5 van de Vuurwapenwet BES, voor zover de feiten betrekking hebben op het voorhanden hebben van vuurwapens en explosieven.
a. de misdrijven bedoeld in de artikelen 324, onderdelen 4° en 5°, en artikel 431 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover de feiten een schade van ten minste USD 14 000 veroorzaakt hebben en betrokkene tevens een misdrijf als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, juncto artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wet heeft begaan;
b. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 246, 253, 256, 256a, 257, 258 en 286f van het Wetboek van Strafrecht BES;
c. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 183, 184, 377 en 379 van het Wetboek van Strafrecht BES en de artikelen 185 en 186 van het Wetboek van Strafrecht BES in verband met de artikelen 187 en 188 van dat wetboek;
d. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 230, 231, 232, 236 en 237 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover de feiten een schade van ten minste USD 28 000 veroorzaakt hebben;
e. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 196a en 203a van het Wetboek van Strafrecht BES;
f. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 3a, eerste lid en 4, eerste lid, onderdelen b, c en d, telkens onder A van de Opiumwet 1960 BES;
g. de misdrijven, bedoeld in de artikelen 3 en 5 van de Vuurwapenwet BES, voor zover de feiten betrekking hebben op het voorhanden hebben van vuurwapens en explosieven.