BWBR0023230
Geldig vanaf 01-01-2008
Artikel 4
Verordening instelling van een fonds voor de aanvoersector 2007
De middelen van het fonds zijn bestemd voor:
a. een bijdrage aan onderzoek- of ontwikkelingsprojecten voor de aanvoersector in de meest ruime zin van het woord;
b. uitgaven voor onderzoek ten behoeve van de visteelt;
c. het verlenen van geldelijke steun voor de bevordering van de opleiding van het vissersberoep in de meest ruime zin van het woord;
d. het verlenen van geldelijke steun om het tot stand komen van goede leermiddelen ten dienste van het visserijonderwijs te bevorderen;
e. het verstrekken van renteloze voorschotten, waarvan de terugbetaling wordt kwijtgescholden indien de betrokkene na het voltooien van zijn opleiding en onmiddellijk daarop aansluitend gedurende 3 jaren heeft gevaren op een Nederlands vissersvaartuig, ten behoeve van: – personen die een opleiding volgen voor één van de diploma’s ingevolgde de Wet op de zeevisvaartdiploma’s;
– andere daarvoor naar het oordeel van het bestuur in aanmerking komende categorieën van personen;
– personen die een opleiding volgen voor één van de diploma’s ingevolgde de Wet op de zeevisvaartdiploma’s;
– andere daarvoor naar het oordeel van het bestuur in aanmerking komende categorieën van personen;
f. het verstrekken van bijdragen aan verenigingen of stichtingen die volgens haar statuten ten doel hebben de algemene belangen in de aanvoersector te behartigen;
g. het verstrekken van commerciële leningen voor investeringen ten behoeve van de aanvoersector;
h. uitgaven ten bate van belangenbehartiging, opleiding en voorlichting in de meest ruime zin van het woord.
a. een bijdrage aan onderzoek- of ontwikkelingsprojecten voor de aanvoersector in de meest ruime zin van het woord;
b. uitgaven voor onderzoek ten behoeve van de visteelt;
c. het verlenen van geldelijke steun voor de bevordering van de opleiding van het vissersberoep in de meest ruime zin van het woord;
d. het verlenen van geldelijke steun om het tot stand komen van goede leermiddelen ten dienste van het visserijonderwijs te bevorderen;
e. het verstrekken van renteloze voorschotten, waarvan de terugbetaling wordt kwijtgescholden indien de betrokkene na het voltooien van zijn opleiding en onmiddellijk daarop aansluitend gedurende 3 jaren heeft gevaren op een Nederlands vissersvaartuig, ten behoeve van: – personen die een opleiding volgen voor één van de diploma’s ingevolgde de Wet op de zeevisvaartdiploma’s;
– andere daarvoor naar het oordeel van het bestuur in aanmerking komende categorieën van personen;
– personen die een opleiding volgen voor één van de diploma’s ingevolgde de Wet op de zeevisvaartdiploma’s;
– andere daarvoor naar het oordeel van het bestuur in aanmerking komende categorieën van personen;
f. het verstrekken van bijdragen aan verenigingen of stichtingen die volgens haar statuten ten doel hebben de algemene belangen in de aanvoersector te behartigen;
g. het verstrekken van commerciële leningen voor investeringen ten behoeve van de aanvoersector;
h. uitgaven ten bate van belangenbehartiging, opleiding en voorlichting in de meest ruime zin van het woord.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023230
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl