BWBR0023303
Geldig vanaf 01-01-2008
Artikel 3
Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) 2008
1. De ondernemer die een onderneming drijft volgens de indeling als bedoeld in het tweede lid, is aan het productschap ter dekking van zijn huishoudelijke uitgaven een heffing voor het kalenderjaar 2008 verschuldigd op voet van het bepaalde in de leden 4, 5 en 6.
2. a. De ondernemingen worden als volgt ingedeeld:
b. Naast de indeling in groepen als vermeld onder a, worden de ondernemingen ingedeeld in groepen naar het aantal personen werkzaam in deze onderneming.
3. De indeling ais bedoeld in het tweede lid, geschiedt naar de toestand op 1 maart van het betrokken kalenderjaar met dien verstande, dat ondernemingen die na 1 maart van het betrokken kalenderjaar worden aangevangen, ingedeeld worden naar de toestand op het tijdstip van aanvang van de onderneming.
4. De heffing bedraagt voor ondernemingen, die zijn ingedeeld in:
[tabel]
5. a. De ondernemer die een onderneming drijft, als bedoeld in het tweede lid, onder a, is voorts een toeslagheffing verschuldigd naar rato van het aantal in de onderneming werkzame personen.
b. Als in de onderneming werkzame personen als bedoeld in het eerste onderdeel worden aangemerkt: 1° de natuurlijke persoon of personen die leiding geven aan de onderneming of die de onderneming drijven;
2° personen, niet begrepen onder 1°, in dienst van de onderneming op grond van een arbeidsovereenkomst met een werkweek van 19 uur en meer;
3° personen, niet begrepen onder 1° en 2°, die werkzaamheden binnen de onderneming verrichten als meewerkend gezins- of familielid met een werkweek van 19 uur en meer.
1° de natuurlijke persoon of personen die leiding geven aan de onderneming of die de onderneming drijven;
2° personen, niet begrepen onder 1°, in dienst van de onderneming op grond van een arbeidsovereenkomst met een werkweek van 19 uur en meer;
3° personen, niet begrepen onder 1° en 2°, die werkzaamheden binnen de onderneming verrichten als meewerkend gezins- of familielid met een werkweek van 19 uur en meer.
6. De toeslagheffing bedraagt per onderneming bij:
[tabel]
2. a. De ondernemingen worden als volgt ingedeeld:
b. Naast de indeling in groepen als vermeld onder a, worden de ondernemingen ingedeeld in groepen naar het aantal personen werkzaam in deze onderneming.
3. De indeling ais bedoeld in het tweede lid, geschiedt naar de toestand op 1 maart van het betrokken kalenderjaar met dien verstande, dat ondernemingen die na 1 maart van het betrokken kalenderjaar worden aangevangen, ingedeeld worden naar de toestand op het tijdstip van aanvang van de onderneming.
4. De heffing bedraagt voor ondernemingen, die zijn ingedeeld in:
[tabel]
5. a. De ondernemer die een onderneming drijft, als bedoeld in het tweede lid, onder a, is voorts een toeslagheffing verschuldigd naar rato van het aantal in de onderneming werkzame personen.
b. Als in de onderneming werkzame personen als bedoeld in het eerste onderdeel worden aangemerkt: 1° de natuurlijke persoon of personen die leiding geven aan de onderneming of die de onderneming drijven;
2° personen, niet begrepen onder 1°, in dienst van de onderneming op grond van een arbeidsovereenkomst met een werkweek van 19 uur en meer;
3° personen, niet begrepen onder 1° en 2°, die werkzaamheden binnen de onderneming verrichten als meewerkend gezins- of familielid met een werkweek van 19 uur en meer.
1° de natuurlijke persoon of personen die leiding geven aan de onderneming of die de onderneming drijven;
2° personen, niet begrepen onder 1°, in dienst van de onderneming op grond van een arbeidsovereenkomst met een werkweek van 19 uur en meer;
3° personen, niet begrepen onder 1° en 2°, die werkzaamheden binnen de onderneming verrichten als meewerkend gezins- of familielid met een werkweek van 19 uur en meer.
6. De toeslagheffing bedraagt per onderneming bij:
[tabel]
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023303
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl