BWBR0023304
Geldig vanaf 01-01-2008
Artikel 4
Verordening huishoudelijke heffingen pluimveesector (PPE) 2008
1. De ondernemer die grootmoederdieren of moederdieren houdt is aan het productschap een heffing verschuldigd over de door hem in het kalenderjaar 2008 gehouden grootmoederdieren of moederdieren.
2. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
[tabel]
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde heffing is éénmaal gedurende het leven van een grootmoederdier of moederdier verschuldigd:
a. indien het grootmoederdieren of moederdieren van kippen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of
b. indien het moederdieren van kalkoenen betreft: 1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
2. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
[tabel]
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde heffing is éénmaal gedurende het leven van een grootmoederdier of moederdier verschuldigd:
a. indien het grootmoederdieren of moederdieren van kippen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen, of
b. indien het moederdieren van kalkoenen betreft: 1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023304
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl