BWBR0023344
Geldig vanaf 29-12-2007
Artikel 3
Verordening bestemmingsheffing detailhandel in bloemen en planten 2008
1. Aan degenen die een onderneming drijven als bedoeld in artikel 3, wordt voor het jaar 2008 een bestemmingsheffing opgelegd ten behoeve van de activiteiten van de Commissie voor de detailhandel in bloemen en planten.
Doel van deze bestemmingsheffing is bevordering van een gezonde sociaal-economische ontwikkeling van de detailhandel in bloemen en planten door middel van professionalisering van de bedrijfsvoering, onderzoek en kwaliteitszorg en voldoende instroom van vakbekwame medewerkers.
2. De heffing bedoeld in het eerste lid bestaat uit:
a. een heffing per onderneming;
b. een heffing op basis van het aantal verkoopplaatsen waarin de detailhandel in bloemen en planten wordt uitgeoefend;
c. een heffing werkzame personen, waarvan de hoogte afhankelijk is van de klasse waarin de onderneming met toepassing van het in het vijfde lid opgenomen schema is ingedeeld.
3. De heffing bedraagt € 51,– per onderneming;
4. De heffing op basis van het aantal verkoopplaatsen bedraagt € 51,– voor iedere tweede en volgende verkoopplaats met een maximum van € 204,–;
5. De heffing werkzame personen:
[tabel]
6. In afwijking van het tweede lid onder b is de ondernemer die uitsluitend de ambulante handel uitoefent vrijgesteld van de heffing op basis van het aantal verkoopplaatsen.
Doel van deze bestemmingsheffing is bevordering van een gezonde sociaal-economische ontwikkeling van de detailhandel in bloemen en planten door middel van professionalisering van de bedrijfsvoering, onderzoek en kwaliteitszorg en voldoende instroom van vakbekwame medewerkers.
2. De heffing bedoeld in het eerste lid bestaat uit:
a. een heffing per onderneming;
b. een heffing op basis van het aantal verkoopplaatsen waarin de detailhandel in bloemen en planten wordt uitgeoefend;
c. een heffing werkzame personen, waarvan de hoogte afhankelijk is van de klasse waarin de onderneming met toepassing van het in het vijfde lid opgenomen schema is ingedeeld.
3. De heffing bedraagt € 51,– per onderneming;
4. De heffing op basis van het aantal verkoopplaatsen bedraagt € 51,– voor iedere tweede en volgende verkoopplaats met een maximum van € 204,–;
5. De heffing werkzame personen:
[tabel]
6. In afwijking van het tweede lid onder b is de ondernemer die uitsluitend de ambulante handel uitoefent vrijgesteld van de heffing op basis van het aantal verkoopplaatsen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023344
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl