BWBR0023363
Geldig vanaf 12-01-2008
Artikel 7
Verordening PT Bijzondere heffing uien 2000
1. De oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing vindt plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt door toezending of uitreiking aan de heffingplichtige van een heffingsnota.
2. Iedere heffingsnota is gedagtekend en bevat:
a. naam en adres van de heffingplichtige;
b. een specificatie of toelichting omtrent de wijze waarop de heffing is berekend;
c. het totaal van de heffing.
3. In afwijking van het eerste lid kan de heffingplichtige een voorlopige heffing worden opgelegd tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.
2. Iedere heffingsnota is gedagtekend en bevat:
a. naam en adres van de heffingplichtige;
b. een specificatie of toelichting omtrent de wijze waarop de heffing is berekend;
c. het totaal van de heffing.
3. In afwijking van het eerste lid kan de heffingplichtige een voorlopige heffing worden opgelegd tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023363
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl