BWBR0023545
Geldig vanaf 17-01-2010
Artikel 2
Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007
1. De voorzitter kan een HOSOWO-instantie erkennen voor de monstername en analyse van een Hygiënogram op een pluimveebedrijf indien deze naar zijn oordeel voldoet aan de in hoofdstuk 1 en 2 van Bijlage l opgenomen erkenningsvoorwaarden.
2. De voorzitter kan een HOSOWO-instantie erkennen voor de monstername van een Swabonderzoek op een pluimveebedrijf indien deze naar zijn oordeel voldoet aan de in hoofdstuk 1 en 3 van Bijlage l opgenomen erkenningsvoorwaarden.
3. De voorzitter kan een HOSOWO-instantie erkennen voor het analyseren van een Wateronderzoek op een pluimveebedrijf indien deze naar zijn oordeel voldoet aan de in hoofdstuk 1 en 4 van Bijlage l opgenomen erkenningsvoorwaarden.
4. De voorzitter kan een HOSOWO-instantie erkennen voor de monstername van een Mestonderzoek op een legpluimveebedrijf indien deze naar zijn oordeel voldoet aan de in hoofdstuk 1 en 5 van Bijlage l opgenomen erkenningsvoorwaarden.
5. Aan een erkenning als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, kunnen nadere voorschriften of voorwaarden worden verbonden. De erkenning kan door de voorzitter worden ingetrokken indien is vastgesteld dat niet langer aan de erkenningsvoorwaarden of de nadere voorschriften of voorwaarden wordt voldaan.
2. De voorzitter kan een HOSOWO-instantie erkennen voor de monstername van een Swabonderzoek op een pluimveebedrijf indien deze naar zijn oordeel voldoet aan de in hoofdstuk 1 en 3 van Bijlage l opgenomen erkenningsvoorwaarden.
3. De voorzitter kan een HOSOWO-instantie erkennen voor het analyseren van een Wateronderzoek op een pluimveebedrijf indien deze naar zijn oordeel voldoet aan de in hoofdstuk 1 en 4 van Bijlage l opgenomen erkenningsvoorwaarden.
4. De voorzitter kan een HOSOWO-instantie erkennen voor de monstername van een Mestonderzoek op een legpluimveebedrijf indien deze naar zijn oordeel voldoet aan de in hoofdstuk 1 en 5 van Bijlage l opgenomen erkenningsvoorwaarden.
5. Aan een erkenning als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, kunnen nadere voorschriften of voorwaarden worden verbonden. De erkenning kan door de voorzitter worden ingetrokken indien is vastgesteld dat niet langer aan de erkenningsvoorwaarden of de nadere voorschriften of voorwaarden wordt voldaan.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023545
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl