BWBR0023757
Geldig vanaf 06-04-2008
Artikel 7
Verordening HBAG registratie-, verstrekking van gegevens en controle 2007
1. De ondernemer is verplicht toe te staan, dat door of vanwege het hoofdbedrijfschap c.q. de commissies - voor zover nodig in verband met de uitvoering onderscheidenlijk het toezicht op de naleving van de verordeningen en besluiten van het hoofdbedrijfschap c.q. een commissie - inzage wordt genomen van boeken en bescheiden van een door hem gedreven onderneming, dan wel de bedrijfsmiddelen of voorraden van die onderneming worden bezichtigd en opgenomen. Hij is gehouden aan de inzage, bezichtiging of opneming de nodige medewerking te verlenen.
2. De inzage, bezichtiging of opneming vindt slechts plaats door de secretaris van het hoofdbedrijfschap c.q. de secretaris van een commissie of personen, die daartoe aan de ondernemer een schriftelijke opdracht van de secretaris van het hoofdbedrijfschap respectievelijk de secretaris van een commissie kunnen overleggen, welke opdracht het doel waarvoor de inzage, bezichtiging of opname plaatsvindt dient te vermelden.
3. De secretaris van het hoofdbedrijfschap c.q. de secretaris van een commissie geeft opdrachten als bedoeld in het voorgaande lid uitsluitend aan personeelsleden van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken commissie en aan de directie of het personeel van het accountantskantoor dat door het dagelijks bestuur van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken commissie is belast met de controle op het financieel beheer van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken commissie dan wel aan door het bestuur van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken commissie aangewezen accountantskantoren, aangesloten bij een organisatie, die haar leden aan tuchtrecht onderwerpt.
2. De inzage, bezichtiging of opneming vindt slechts plaats door de secretaris van het hoofdbedrijfschap c.q. de secretaris van een commissie of personen, die daartoe aan de ondernemer een schriftelijke opdracht van de secretaris van het hoofdbedrijfschap respectievelijk de secretaris van een commissie kunnen overleggen, welke opdracht het doel waarvoor de inzage, bezichtiging of opname plaatsvindt dient te vermelden.
3. De secretaris van het hoofdbedrijfschap c.q. de secretaris van een commissie geeft opdrachten als bedoeld in het voorgaande lid uitsluitend aan personeelsleden van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken commissie en aan de directie of het personeel van het accountantskantoor dat door het dagelijks bestuur van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken commissie is belast met de controle op het financieel beheer van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken commissie dan wel aan door het bestuur van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken commissie aangewezen accountantskantoren, aangesloten bij een organisatie, die haar leden aan tuchtrecht onderwerpt.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023757
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl