BWBR0023769
Geldig vanaf 01-04-2008
Artikel 4
Verordening PZ Delegatie en mandaat 2008
1. De voorzitter heeft mandaat om te beslissen op bezwaar tegen besluiten van het productschap.
2. De voorzitter heeft mandaat ten aanzien van besluiten ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur.
3. De voorzitter kan van de aan hem verleende mandaten, ondermandaat verlenen aan:
a. secretaris;
b. afdelingshoofden.
De voorzitter kan bij verlening van ondermandaat als hier bedoeld toestaan dat degenen aan wie ondermandaat is verleend ondermandaat verlenen aan een onder hen ressorterende medewerker.
2. De voorzitter heeft mandaat ten aanzien van besluiten ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur.
3. De voorzitter kan van de aan hem verleende mandaten, ondermandaat verlenen aan:
a. secretaris;
b. afdelingshoofden.
De voorzitter kan bij verlening van ondermandaat als hier bedoeld toestaan dat degenen aan wie ondermandaat is verleend ondermandaat verlenen aan een onder hen ressorterende medewerker.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023769
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl