BWBR0023775
Geldig vanaf 2008-07-01
Artikel 21
Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
a. de informatie die op grond van artikel 10 wordt verstrekt, waarbij voor verschillende categorieën netten verschillende regels kunnen worden gesteld, en de wijze waarop die informatie wordt verstrekt;
b. de toegang tot en de aansluiting op het informatiesysteem;
c. beheerpolygonen, oriëntatiepolygonen en graafpolygonen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de situatie dat vanwege de door een calamiteit geboden spoed niet aan artikel 2, eerste en derde lid, kan worden voldaan dan wel de in hoofdstuk 4beschreven procedure kan worden gevolgd, waarbij voor zover nodig van dat artikelonderscheidenlijk de bepalingen van dat hoofdstukkan worden afgeweken.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
a. het op zorgvuldige wijze verrichten van graafwerkzaamheden, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. registratiemeldingen, oriëntatieverzoeken en graafmeldingen;
c. de voorzorgsmaatregelen en de inachtneming daarvan, bedoeld in artikel 13, eerste, tweede en vijfde lid;
d. de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, en het graafbericht.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. meldingen als bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, 17, eerste lid, en 18, eerste en derde lid;
b. het bewaren en verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 20.
a. de informatie die op grond van artikel 10 wordt verstrekt, waarbij voor verschillende categorieën netten verschillende regels kunnen worden gesteld, en de wijze waarop die informatie wordt verstrekt;
b. de toegang tot en de aansluiting op het informatiesysteem;
c. beheerpolygonen, oriëntatiepolygonen en graafpolygonen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de situatie dat vanwege de door een calamiteit geboden spoed niet aan artikel 2, eerste en derde lid, kan worden voldaan dan wel de in hoofdstuk 4beschreven procedure kan worden gevolgd, waarbij voor zover nodig van dat artikelonderscheidenlijk de bepalingen van dat hoofdstukkan worden afgeweken.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
a. het op zorgvuldige wijze verrichten van graafwerkzaamheden, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. registratiemeldingen, oriëntatieverzoeken en graafmeldingen;
c. de voorzorgsmaatregelen en de inachtneming daarvan, bedoeld in artikel 13, eerste, tweede en vijfde lid;
d. de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, en het graafbericht.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. meldingen als bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, 17, eerste lid, en 18, eerste en derde lid;
b. het bewaren en verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 20.