BWBR0023903
Geldig vanaf 2008-05-30
Artikel 7
Besluit beheer winningsafvalstoffen
1. Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting:
a. dat de afvalvoorziening overeenkomstig het bij de aanvraag overgelegd en door het bevoegd gezag goedgekeurd ontwerp wordt aangelegd of gebouwd;
b. dat na de oplevering van de afvalvoorziening en vóór de ingebruikneming daarvan aan het bevoegd gezag een opleveringsrapportage wordt overgelegd, waarin in elk geval zijn opgenomen: 1°. de wijze waarop de directievoering op de aanleg of bouw heeft plaatsgevonden;
2°. de tijdens het werk ten opzichte van het bestek doorgevoerde afwijkingen en de op die afwijkingen betrekking hebbende revisietekeningen;
3°. een door een deskundige met aantoonbare expertise uitgevoerde controle op de deugdelijkheid en fysische stabiliteit van de opgeleverde afvalvoorziening en of wordt voldaan aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
1°. de wijze waarop de directievoering op de aanleg of bouw heeft plaatsgevonden;
2°. de tijdens het werk ten opzichte van het bestek doorgevoerde afwijkingen en de op die afwijkingen betrekking hebbende revisietekeningen;
3°. een door een deskundige met aantoonbare expertise uitgevoerde controle op de deugdelijkheid en fysische stabiliteit van de opgeleverde afvalvoorziening en of wordt voldaan aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij een verandering van de afvalvoorziening.
a. dat de afvalvoorziening overeenkomstig het bij de aanvraag overgelegd en door het bevoegd gezag goedgekeurd ontwerp wordt aangelegd of gebouwd;
b. dat na de oplevering van de afvalvoorziening en vóór de ingebruikneming daarvan aan het bevoegd gezag een opleveringsrapportage wordt overgelegd, waarin in elk geval zijn opgenomen: 1°. de wijze waarop de directievoering op de aanleg of bouw heeft plaatsgevonden;
2°. de tijdens het werk ten opzichte van het bestek doorgevoerde afwijkingen en de op die afwijkingen betrekking hebbende revisietekeningen;
3°. een door een deskundige met aantoonbare expertise uitgevoerde controle op de deugdelijkheid en fysische stabiliteit van de opgeleverde afvalvoorziening en of wordt voldaan aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
1°. de wijze waarop de directievoering op de aanleg of bouw heeft plaatsgevonden;
2°. de tijdens het werk ten opzichte van het bestek doorgevoerde afwijkingen en de op die afwijkingen betrekking hebbende revisietekeningen;
3°. een door een deskundige met aantoonbare expertise uitgevoerde controle op de deugdelijkheid en fysische stabiliteit van de opgeleverde afvalvoorziening en of wordt voldaan aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij een verandering van de afvalvoorziening.