BWBR0023986
Geldig vanaf 31-05-2008
Artikel 3
Verordening bevoegdheden organen en secretariaat Productschap Vis 2008
1. Een bestuursadviescommissie wordt ingesteld bij bestuursbesluit en een werkgroep wordt ingesteld bij besluit van de bestuursadviescommissie.
2. Het besluit strekkende tot instelling van een commissie bevat een regeling met betrekking tot de volgende punten:
a. het doel van de instelling van de commissie;
b. de naam van de commissie;
c. de taak van de commissie;
d. de verplichting van de leden van de commissie tot geheimhouding van al hetgeen zij in hun hoedanigheid vernemen;
e. de samenstelling van de commissie alsmede de namen van de organisaties die bevoegd zijn om leden en zonodig plaatsvervangende leden ter benoeming door het bestuur voor te dragen;
f. een regeling met betrekking tot de benoeming van een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter van de commissie;
g. een regeling met betrekking tot de verdeling en uitoefening van stemrechten, waarbij expliciet wordt aangegeven of de voorzitter alleen een raadgevende stem heeft of ook zijn stem kan uitbrengen;
h. de regeling van het secretariaat van de desbetreffende commissie;
i. de mogelijkheid om werkgroepen in te stellen;
j. de mogelijkheid om deskundigen uit te nodigen.
3. Het bestuursbesluit wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
4. Adviezen en besluiten strekkende tot instelling van een werkgroep van een commissie, voor zover geen betrekking hebbende op individuele verzoeken of aanvragen, worden voorzien van de handtekeningen van de voorzitter en de secretaris van de commissie. Adviezen betrekking hebbende op individuele verzoeken of aanvragen worden voorzien van de handtekening van de secretaris van de commissie.
5. De secretaris van een commissie doet te allen tijde schriftelijk mededeling aan het bestuur van de uitgebrachte adviezen. Deze mededeling is voorzien van een schriftelijke motivatie over de inhoud van het advies.
6. Ingeval van ontstentenis van de secretaris van een commissie wijst de secretaris een tijdelijke plaatsvervanger aan.
7. De commissies adviseren in ieder geval jaarlijks voorafgaande aan de behandeling van de begroting voor het komende jaar door het dagelijks bestuur over de voor de desbetreffende deelsector gewenste heffingsgrondslagen en hoogten van de heffingen in de verordeningen, als bedoeld in artikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie. Het bestuur is voor de vaststelling van deze verordeningen gehouden bij afwijking van een advies van een commissie gemotiveerd aan te geven wat de reden van afwijking is.
2. Het besluit strekkende tot instelling van een commissie bevat een regeling met betrekking tot de volgende punten:
a. het doel van de instelling van de commissie;
b. de naam van de commissie;
c. de taak van de commissie;
d. de verplichting van de leden van de commissie tot geheimhouding van al hetgeen zij in hun hoedanigheid vernemen;
e. de samenstelling van de commissie alsmede de namen van de organisaties die bevoegd zijn om leden en zonodig plaatsvervangende leden ter benoeming door het bestuur voor te dragen;
f. een regeling met betrekking tot de benoeming van een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter van de commissie;
g. een regeling met betrekking tot de verdeling en uitoefening van stemrechten, waarbij expliciet wordt aangegeven of de voorzitter alleen een raadgevende stem heeft of ook zijn stem kan uitbrengen;
h. de regeling van het secretariaat van de desbetreffende commissie;
i. de mogelijkheid om werkgroepen in te stellen;
j. de mogelijkheid om deskundigen uit te nodigen.
3. Het bestuursbesluit wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
4. Adviezen en besluiten strekkende tot instelling van een werkgroep van een commissie, voor zover geen betrekking hebbende op individuele verzoeken of aanvragen, worden voorzien van de handtekeningen van de voorzitter en de secretaris van de commissie. Adviezen betrekking hebbende op individuele verzoeken of aanvragen worden voorzien van de handtekening van de secretaris van de commissie.
5. De secretaris van een commissie doet te allen tijde schriftelijk mededeling aan het bestuur van de uitgebrachte adviezen. Deze mededeling is voorzien van een schriftelijke motivatie over de inhoud van het advies.
6. Ingeval van ontstentenis van de secretaris van een commissie wijst de secretaris een tijdelijke plaatsvervanger aan.
7. De commissies adviseren in ieder geval jaarlijks voorafgaande aan de behandeling van de begroting voor het komende jaar door het dagelijks bestuur over de voor de desbetreffende deelsector gewenste heffingsgrondslagen en hoogten van de heffingen in de verordeningen, als bedoeld in artikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie. Het bestuur is voor de vaststelling van deze verordeningen gehouden bij afwijking van een advies van een commissie gemotiveerd aan te geven wat de reden van afwijking is.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023986
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl